Kinderen hebben geen besef van tijd. Ze houden niet bij hoeveel uur hun ouders met hen doorbrengen. Wat ze wel beseffen of beter gezegd aanvoelen, is in welke mate hun ouders beschikbaar zijn. Een ouder die na een lange, zware werkdag thuiskomt, is dat niet altijd. Hoe ervaart een kind dat? Is het ok dat de werktijd soms vreet aan de gezinstijd?

Om de beleving bij kinderen in kaart te brengen, doet Femma een beroep op het expertisebureau Kind & Samenleving. Hoe verloopt zo’n onderzoek? En nog belangrijker: wat leren we eruit? Wat willen onze kinderen?

Johan Meire is stafwerker bij Kind & Samenleving. Hij doet onderzoek naar tijdsbeleving bij kinderen. In 2011 bundelde hij zijn inzichten in Over vrijbuiters en ankertijd. Femma ziet in hem de ideale partner voor de metingen bij kinderen. Hij gunt ons een blik achter de schermen van het onderzoek dat nog gaande is.

Wat doet Kind & Samenleving?

Johan Meire: “Wij zijn een expertisecentrum dat in de eerste plaats overheden ondersteunt bij een kindvriendelijker beleid. We adviseren ook organisaties die met kinderen werken of opkomen voor hun rechten. We leren hen luisteren naar wat kinderen willen. Wat denken zij over een bepaalde maatregel? Wat is er tekort of wat gaat er goed? Dat vertalen we dan naar een beleidsadvies. Of verwerken we in publicaties of tools. We focussen ons op een kindvriendelijke ruimtelijke planning. Daarnaast onderzoeken we ook hoe kinderen bepaalde thema’s beleven. Daarin kadert het onderzoek dat we voor Femma doen.”

Wat voor mij belangrijk is, is hoe zij de verschillende soorten gezinstijd ervaren.

Hoe verloopt het onderzoek?

Johan Meire: “Het is een kwalitatief onderzoek. We hebben zes gezinnen met een verschillend profiel geselecteerd. De onderzoeksgroep bevat zowel kinderen van kaderleden als van uitvoerend administratief personeel. De leeftijden variëren van acht tot zeventien jaar. Drie keer per jaar doe ik een individueel gesprek met de kinderen. Alleen zij komen aan het woord, de ouders zitten er niet bij. Het eerste gesprek was vóór de start van het experiment. Eind vorig jaar dus. De tweede gespreksronde is nu bezig. En dan praat ik nog een keer op het einde van het jaar met hen.

In eerste instantie vraag ik naar hoe zij in het algemeen hun tijd doorbrengen. Ik pols naar wie ze zijn. Hebben ze veel hobby’s of brengen ze hun tijd liever thuis door? Dat soort vragen. Daarna vraag ik iets concreter door. Hoe verplaatsen zij zich bijvoorbeeld op woensdagnamiddag? Worden ze gebracht door een van hun ouders? Waar gaan ze naartoe na schooltijd? Is dat naar de grootouders of naar de buitenschoolse opvang? Zo probeer ik een zicht te krijgen op hoe ze hun tijd indelen en hoe hun ouders hierbij betrokken zijn.

Wat voor mij belangrijk is, is hoe zij de verschillende soorten gezinstijd ervaren.”

Wat houdt dat precies in die gezinstijd?

Johan Meire: “Dat is de tijd die ze samen doorbrengen. Maar die tijd kan diverse vormen aannemen, en wisselt doorheen de dag ook af. Ik onderscheid vier verschillende soorten gezinstijd:

  • Het hele gezin doet iets samen. Samen eten is hét voorbeeld van samentijd. Maar ook gezelschapspelletjes spelen. Waardevolle momenten om bij te praten maar ook om plezier te maken.
  • Tijd samen-apart: De gezinsleden zijn thuis, zonder dat ze ook echt samen iets doen. De een is in de keuken bezig, de ander kijkt tv, nog iemand zit op zijn of haar kamer … Vaak passeert deze tijd onopgemerkt. Toch is ook dit waardevol omdat het een veilige achtergrond creëert om stukjes ‘eigen’ tijd te vinden.
  • Een ouder en een kind zijn samen. Dit kan een bedritueel zijn of andere eerder routineuze activiteiten zoals samen onderweg naar de sportclub, of samen naar de winkel.
  • Oudervrije tijd: Kinderen doen samen onderling iets, los van de ouders. Ook waardevol omdat kinderen de ruimte krijgen om tijd op hun eigen manier vorm te geven.

Het gegeven tijd blijft voor kinderen vaag. Daarom breng ik die gezinstijd letterlijk en figuurlijk in kaart. Met een plattegrond van het huis en met pionnetjes die de gezinsleden en zelfs huisdieren visualiseren. Deze techniek maakt de verschillende soorten gezinstijd tastbaar en concreet. Na een tijd verschuiven de kinderen zelf de pionnetjes. Ze zetten deze samen rond de keukentafel. Of elk in een hoekje wanneer ze apart met iets bezigzijn. Ik overloop dan met hen waar ze het meest voldoening uithalen. Wat hun favoriete gezinstijd is.”

Heeft de 30-urenwerkweek een effect op de gezinstijd?

Johan Meire: “Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. We zitten nu in de tweede ronde. Er tekenen zich een aantal knelpunten af. Dat wel. Tijdens de eerste gespreksronde visualiseer ik de 30-urenwerkweek met een glas boordevol koffiebonen. Ik neem er dan 1/6de uit en leg die bonen naast het glas. Ik leg hen uit dat dat de vrijgekomen tijd is. Wat denken ze dat hun moeder met die tijd zal doen? Waar hopen ze op? Na die oefening kun je toch al lichte contouren van gemis onderscheiden. De wens dat mama bijvoorbeeld eens meegaat naar de voetbaltraining. Of de hoop dat mama niet meteen begint met koken als ze thuiskomen na school. Een kind voelt ook snel aan dat hun ouders niet zo beschikbaar zijn na een zware werkdag. Eentje zei bijvoorbeeld letterlijk: ‘Het is niet zo dat mama nog veel werk heeft ’s avonds. Wel hoor je soms een diepe zucht en zegt ze dat ze een drukke dag gehad heeft.’

De ouder is niet bereikbaar en kinderen ervaren dat als een gemis.

Als ik dan een tweede keer langsga, bevraag ik wat er ondertussen is veranderd. Ik toets enkele citaten uit de eerste ronde met hen af. Van een aantal kinderen hoor ik dat zij meer tevreden zijn. Maar er zijn ook kinderen die geen verschil opmerken. Die daar ook niet echt mee bezig zijn. Meestal zijn dat de oudere kinderen of kinderen wiens moeder voordien al vaak van thuis uit werkte.”

Johan Meire kan voorlopig nog geen conclusies trekken. Toch zien we paralellen met het onderzoek dat hij in 2011 deed naar gezinstijd. Daaruit blijkt dat kinderen het gezin zien als belangrijkste, meest dagelijkse en vertrouwde sociale leefomgeving. Tegelijk geeft het onderzoek aan dat betaalde arbeid van ouders vreet aan de gezinstijd en de vrije tijd samen. Kinderen zien hun ouders pas laat. En wanneer ze thuis zijn dan zijn ze nog met hun werk bezig of worden ze opgeslorpt door huishoudelijk werk. Met andere woorden. De ouder is niet bereikbaar en kinderen ervaren dat als een gemis.

Wat wil het kind?

Johan Meire: “Gezinstijd wil niet zeggen dat je als ouder heel de tijd samen dingen moet doen. Ook niet dat je grootse avontuurlijke uitstappen moet maken. Het gevaar van compensatie uit schuldgevoel ligt vaak op de loer. Neen, wat kinderen echt willen is bereikbare ouders. Het gevoel dat ze op elk moment een beroep kunnen doen op hen. Dat is wat kinderen willen.”

Deze metingen maken deel uit van het actieonderzoek met de kortere werkweek. Met deze resultaten en ook met die van hun eigen tijdsmetingen, stapt Femma in 2020 naar overheid. Met ondubbelzinnige cijfers aantonen dat arbeidsduurvermindering positieve effecten heeft op verschillende vlakken. Dat is hun doel. Het onderzoek is dus van onschatbare waarde voor het toekomstige beleid. 

Tags: 
Ouderschap
Delen: 

Reacties

Reactie toevoegen