Arbeid. Meestal denken we dan spontaan aan ‘betaalde’ arbeid. Maar wist je dat slechts 41,2% van het arbeidsvolume in ons land betaald is? Meer dan de helft is dus onbetaald. We hebben het hier over vrijwilligerswerk, mantelzorg, huishoudelijke taken … Onbetaalde arbeid is de ruggengraat van ons economisch systeem. Onmisbaar en toch onzichtbaar en ondergewaardeerd.

Zou het niet billijk zijn als onbetaalde arbeid evenveel waardering kreeg als betaalde? Als de waarde van de onbetaalde arbeid even zichtbaar wordt als die van betaalde?

Van homo economicus naar homo relationis

Hoe komt het dat arbeid nog steeds geassocieerd wordt met een louter economische activiteit? Het uitgangspunt van de moderne economie is de homo economicus. De mens als consument en / of arbeidsfactor. Vrijwilligerswerk, burenhulp, kinderen opvoeden, mantelzorgen, kortom zorgdragen voor jezelf, je naasten en je omgeving, tellen niet mee.

Wat we vaak vergeten: zonder die onbetaalde arbeid is er geen sprake van betaalde arbeid.

Enter de homo relationis. De spil van de zorgeconomie die zegt dat mensen ook zorgzaam en altruïstisch zijn. Een zorgzaamheid die we moeten verankeren in ons economisch systeem.

Femma streeft naar een opwaardering van onbetaalde arbeid

Voor Femma is het duidelijk. De homo economicus ruimt plaats voor de homo relationis. Vervang onze enge kijk op (economische) vooruitgang door een waardevol alternatief.  Een ander model dat ieder mens toelaat een waardig leven te leiden, vol mogelijkheden, en als onderdeel van een gemeenschap. Concreet betekent dit dat ons sociaaleconomisch beleid een prominentere plaats moet geven aan de organisatie, verdeling en waardering van onbetaalde arbeid.

Onze eis: erken de rollen en de functies die we opnemen ‘buiten’ de markt als arbeid.

Meten is weten

Om onzichtbare arbeid zichtbaar te maken hebben we cijfers nodig. Ondubbelzinnige, transparante cijfers. We hebben nood aan relevante indicatoren die de omvang en de verdeling van onbetaalde arbeid in kaart brengen.

Het bruto binnenlands product (bbp), de indicator die nu vooruitgang meet, geeft een volledig vertekend beeld. Ook de ‘aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie’ spitsen zich nog te veel toe op betaalde arbeid.

Wat wij zeggen: maak de waarde van onbetaalde arbeid zichtbaar aan de hand van een grondig tijdsbestedingsonderzoek. De BOA-quote lijkt ons het aangewezen meetinstrument.

Waarom?

  • Omdat de BOA-quote de verhouding tussen het volume van betaalde en onbetaalde arbeid in de economie weergeeft.
  • Omdat de BOA-quote de gevolgen van sociaaleconomisch beleid toont. Stel dat de overheid bezuinigt in de gezondheidszorg. Dan kan dat ertoe leiden dat meer mensen gaan mantelzorgen. Gevolg? Het volume van onbetaalde arbeid stijgt en mensen houden minder tijd over voor betaald werk.

Het blijft uiteraard niet bij wat rekenwerk. De overheid moet aan deze indicatoren doelstellingen formuleren. Concrete doelstellingen als 20 dagen vaderschapsverlof, korte werkweek, goed georganiseerde mantelzorg … Alleen op die manier kunnen we waardering opbrengen voor onbetaalde arbeid. Alleen op die manier kunnen we de kloof tussen man en vrouw dichten.

Delen: 

Reacties

Ik vind dat alle arbeid betaald mag worden.
ik heb vroeger te dikwijls gratis op kinderen gelet dat heeft mij geen meer waarde gegeven. De mevrouw zegt zelfs goede dag nog niet meer.
De waarheid is dat ik voor betaald werk ga. Ik moet toch ook alles betalen.

Reactie toevoegen