De ratrace, een loopwedstrijd, een marathon. Er worden verschillende termen gebruikt voor de dagelijkse realiteit van gezinnen met werkende ouders en (jonge) kinderen. Dat ouders het druk hebben we weten we. Maar wat doet het eigenlijk allemaal met onze kinderen?

Kinderen

Voor Ben (7) is de drukte normaal. ‘Mijn ouders werken allebei. Soms komt op woensdag mijn oma om voor mij te zorgen. Er komt ook vaak een babysit, of ik kan in de buitenschoolse opvang spelen. Dat vind ik wel leuk, omdat mijn vrienden daar ook naartoe gaan. We mogen zelf kiezen met wat we willen spelen.’ Ben eet warm op school, zodat dat niet meer thuis moet gebeuren. Want over het algemeen is de gezinstijd ’s avonds beperkt. ‘We eten ’s avonds boterhammen. Soms moet ik in bad, soms mag ik even tv-kijken. We maken ook mijn huiswerk en we lezen nog een hoofdstuk in een boek. Dan is het tijd om te gaan slapen.’

Bieke Purnelle is co-directeur bij RoSa vzw (kenniscentrum voor gender en feminisme), freelance journalist en mama. Ze ziet het met lede ogen aan: ‘Kinderen hebben je onverdeelde aandacht nodig, naast praktische zorg. Ouders die voltijds werken én pendelen komen vaak enkel aan de basiszorg toe: koken, in bad stoppen, aan- en uitkleden, boekentassen en boterhammen. Er is ook tijd nodig om te luisteren en te praten, om je met elkaar te verbinden en verbonden te voelen. Het constante gehaast geeft veel stress en wrevel.’

Interessante omgeving

Michel Vandenbroeck, docent gezinspedagogiek aan de UGent, maakt een onderscheid tussen de beleving van jongere kinderen (baby’s en peuters) en oudere kinderen: ‘Aan baby’s en peuters kunnen we niet vragen hoe ze zich voelen. De discussie over het al dan niet goed zijn van kinderopvang voor jonge kinderen is zo oud als kinderopvang zelf. Intussen weten we dat kinderopvang oké is als die van goede kwaliteit is, wat betekent dat de professionals in de kinderopvang de signalen van kinderen opvangen en erop inspelen. De kinderopvang is zelfs een interessante omgeving voor kinderen die thuis bij wijze van spreken 0,8 broer of zus hebben en in de kinderopvang dus andere sociale mogelijkheden krijgen dan thuis. Bij kleuters en kinderen op de lagere school hebben we onderzoek kunnen doen. Voor hen is het belangrijk om vriendjes te hebben in de buitenschoolse opvang. Daarnaast is keuzevrijheid en dus variatie in de activiteiten belangrijk. En een volwassene op wie ze beroep kunnen doen bij problemen. Nog beter is het als die persoon ook met hen speelt en het allerbeste is het als die persoon nieuwe spelletjes uitvindt. We weten dat kinderen in de opvang een ander aanbod krijgen dan thuis. Thuis is er toch best een groot aandeel van schermtijd, dus tv of tablet. Kinderen blijven veel binnen. In de opvang spelen ze ook buiten, samen met anderen en hebben ze meer afwisseling!’

Marina Goossens is al 37 jaar leerkracht op een school in Zeeuws-Vlaanderen. ‘In mijn klas zitten slechts enkele kinderen die uit een tweeoudergezin komen. De meeste kinderen hebben gescheiden ouders of groeien op in een nieuw samengesteld gezin. Veel ouders krijgen een bijstandsuitkering of hebben als alleenstaande ouder een baan die ze combineren met de opvoeding van hun kinderen. De kinderen kunnen worden opgevangen in de naschoolse opvang. Zij zijn dit gewend en vinden dit oké. Ze spelen er met hun vriendjes en er is altijd positieve aandacht voor hen. Wel merk je aan het einde van de week dat er vermoeidheid optreedt. Het zijn lange dagen van acht tot zes. De meeste ouders werken niet voltijds, dus de kinderen hebben een dag dat ze na schooltijd met de ouder meegaan naar huis, dat ervaren ze als positief en extra.’

Spelen en prutsen

Olivia, mama en leerkracht, staat intussen zes jaar voor de klas. Sinds drie jaar staat ze in een graadklas in Evere. Sommige van haar leerlingen hebben ouders die beiden werken, andere kinderen hebben slechts één ouder die werkt of werkloze ouders. ‘De kinderen in de klas merken dat er onderlinge verschillen zijn, en sommigen zijn daar erg open over. Na een schoolvakantie vertellen de kinderen wat ze gedaan hebben. Sommigen hebben een pretpark bezocht, of zijn gaan zwemmen. Voor andere kinderen is dat niet mogelijk. Ze blijven gewoon thuis omdat dergelijke uitstapjes te duur zijn.’

In een eenoudergezin zonder inkomen vanuit arbeid zien we dat gezinnen moeten inboeten op vrije tijd en sociale activiteiten.

Michel Vandenbroeck vertelt over het effect van een laag gezinsinkomen op het leven van kinderen: ‘In een eenoudergezin zonder inkomen vanuit arbeid zien we dat gezinnen moeten inboeten op vrije tijd en sociale activiteiten. Er wordt niet meer gezwommen of deelgenomen aan activiteiten, tenzij die gratis aangeboden worden door de gemeente. De wereld van deze kinderen wordt aanzienlijk kleiner.’

Het financiële plaatje is een stuk rooskleuriger bij ouders die beiden werken. De kinderen kunnen op vakantie en doen leuke uitstapjes. Maar er zijn ook nadelen. ‘Het is duidelijk dat deze kinderen hun ouders niet zo veel zien. We merken dat de ouders zelden tijd hebben om samen met de kinderen huiswerk of taken te bekijken. De kinderen waarvan beide ouders werken nemen vaak deel aan kampen tijdens de vakanties en worden ook voor een groot stuk door de grootouders opgevangen. Ook tijdens gewone werkdagen komen grootouders hen ophalen of blijven ze in de naschoolse opvang’, vertelt Olivia. Michel Vandenbroeck legt uit dat er verschillende elementen meespelen met betrekking tot de mogelijkheid samen huiswerk te maken. Niet alleen het al dan niet werken van de ouders speelt daar een rol, maar ook of de ouders Nederlandstalig zijn en hun opleidingsniveau.

Wegen stimulerende activiteiten en een financieel betere situatie op tegen de eventuele stress die kinderen ervaren in een gezin met twee werkende ouders? Bieke Purnelle pleit voor evenwicht: ‘Wanneer kinderen een ontspannen schooltijd beleven is er energie en ruimte voor buitenschoolse activiteiten. Wanneer ze schoollopen in een school die hen veel huiswerk geeft, is dat vaak gewoon te veel. Het ene kind heeft meer rust en prikkelvrije tijd nodig dan het andere. Belangrijk is dat er tijd overblijft waarin niets moet, waarin ze zomaar wat kunnen spelen en prutsen. Dat doet wonderen voor welzijn, fantasie en creativiteit.’

It takes a village to raise a child, maar die village moet wel voorspelbaar en vertrouwd zijn.

Meerdere verzorgers

Zoals Olivia zegt, worden veel kinderen opgehaald door grootouders of nemen ze deel aan kampen of gaan ze naar de kinderopvang. Een diversiteit aan verzorgers, is dat een voordeel of een nadeel voor kinderen? Bieke Purnelle vertelt dat kinderen vanaf een bepaalde leeftijd meerdere verzorgers aankunnen. ‘Ze moeten zich wel kunnen hechten aan mensen en een vertrouwensband opbouwen. Het is afhankelijk van kind tot kind en van de leeftijd. Goed kijken naar een kind blijft altijd belangrijk: hoe voelt het zich, vertrouwt het kind de opvoeders, voelt het zich geborgen? It takes a village to raise a child, maar die village moet wel voorspelbaar en vertrouwd zijn.’

Het effect van verschillende verzorgers op kinderen hangt van de leeftijd af. Michel Vandenbroeck: ‘Voor baby’s en peuters moet het aantal verzorgers beperkt blijven. De verzorgers moeten immers het kind leren kennen en signalen van het kind leren begrijpen. Het ene kind zal zich bijvoorbeeld terugtrekken als het zich slecht voelt, terwijl het andere zal huilen. Voor oudere kinderen is het iets minder belangrijk dat het steeds om dezelfde verzorgers gaat. De dimensie zorg neemt daar immers af en de dimensie uitdaging neemt toe. Nieuwe verzorgers kunnen dan een voordeel zijn en een soort specialisme inbrengen om een kind uit te dagen. Denk bijvoorbeeld aan een sportcoach.’

Als juf ziet Marina dat duidelijke afspraken en regelmaat belangrijk zijn: ‘Bij veranderingen merk je verlies van concentratie en vermoeidheid op. Wat die regelmaat ook is en of kinderen naar huis of naar de opvang gaan, maakt niet zo veel uit. Kinderen willen weten waar ze aan toe zijn.’

Michel Vandenbroeck pleit voor goede voorzieningen waar de verantwoordelijkheid voor opvoeding gedeeld – niet afgeschoven - kan worden, waar informatie wordt uitgewisseld en waar het gesprek over opvoeding wordt gevoerd. Ouderschapsverlof moet ook uitgebreid worden, voor beide ouders. En daarbij mag het opnemen van het verlof van de partner niet ten koste gaan van het verlof van de moeder. Niet of, maar en. Het ouderschapsverlof zou kunnen uitgebreid worden tot een jaar. In landen waar een drempel ingebouwd wordt, bijvoorbeeld als moeders enkel het volle verlof kunnen opnemen als mannen ook gebruik maken van hun deel, zien we dat een groter percentage er gebruik van maakt. Het belang van het kind is het belang van het gezin. En een moeder die haar goesting kan doen is een betere moeder dan een die verzuurd thuis zit met haar kind.’

Wat we nodig hebben is veel meer moeder- en ouderschapsverlof.

Bieke Purnelle laat er geen twijfel over bestaan: ‘Wat we nodig hebben is veel meer moeder- en ouderschapsverlof. Achttien maanden, waarvan zes voor de vader zoals in Noorwegen. Meer, degelijke en kwalitatieve kinderopvang met meer vaste en goed opgeleide verzorgers per kind. En arbeidsduurverkorting, dus please een 30-urenweek, zodat ouders hun baby’s en peuters geen vijf dagen per week naar de opvang moeten brengen.’

 

Dit artikel verscheen eerder in Femma Magazine april 2017

Tags: 
Ouderschap
Delen: 

Reacties

Reactie toevoegen