Zorgverleners, artsen, postbodes, vuilnisophalers, supermarktbedienden, bakkers enzovoort maken dat we al bij al een nog vrij comfortabel leven leiden in onze bubbel, thuis. Ons sociale leven staat even in de koelkast. Ook daar vinden we wat op. Kleinkinderen praten met oma’s en opa’s met een voortuintje ertussen of via skype. Ze kwelen een liedje voor oma en de openbare omroep zorgt ervoor dat we allemaal meegenieten. Buren wisselen weetjes uit over de haag. Wandelaars die knetter worden van hun huisgenoten, wisselen begripvolle knikjes uit.

We trekken ons uit de slag.

Als we ziek worden, dan staat de zorgsector paraat. Toch heeft deze de afgelopen jaren besparing na besparing moeten slikken. Er is een nijpend tekort aan personeel, ziekenhuisbedden, opvang voor zorgbehoevenden. De wachtlijsten zijn heel erg lang. Er is een massief tekort aan capaciteit, terwijl de nood hoog is. Iedereen kent wel een bejaard koppel dat al maanden wacht op een plekje in een rust- en verzorgingstehuis. Of een jongere die worstelt met het leven en toch niet terechtkan bij een therapeut voor gepaste hulp. Of een mantelzorger met de tong op de tenen, omdat de zorg voor de hulpbehoevende al jaren veel te zwaar weegt en gepaste ondersteuning op zich laat wachten.

Die mensen zijn onze buren, onze collega’s, onze familie. Dit gaat over ons.

Zorgwerk - betaald, onderbetaald en onbetaald - is vandaag vooral vrouwenwerk. Wereldwijd besteden vrouwen en meisjes elke dag 12,5 miljard uren aan onbetaald zorgwerk. Niet voor niets was de slogan van de Internationale Vrouwendag op 8 maart: wanneer vrouwen stoppen, stopt de wereld. Ook als het betaald wordt, is dit werk wereldwijd ondergewaardeerd.

Het is ook ongelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen: vooral vrouwen staan dagelijks in voor het huishoudelijk werk, zorgwerk, emotioneel werk en organisatorisch werk dat het mogelijk maakt om prettig en gezond samen te leven, ook in corona-tijden. Voor de ene is dit een welgekomen vertraging van het dagelijkse leven, voor de andere verandert er ongeveer niets. Er moet elke dag eten op tafel komen. De was moet gedraaid worden. Bekvechtende kinderen moeten gescheiden worden.

De combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid staat onder druk. Misschien geldt dit nog het hardst bij de tienduizenden vrouwen die in de zorgsector werken en na een volle dagtaak thuis dit zorgende werk onbetaald verderzetten? Op hun volgehouden inzet blijven we nu rekenen om deze moeilijke periode door te komen. Wanneer die voorbij is, moeten we onze stem laten horen. Betaalde zorgarbeid verdient veel meer financiële investeringen om optimaal te functioneren.

Ook de vele onbetaalde en vaak onzichtbare zorg zal maken dat we deze tijd als samenleving zonder al te veel kleerscheuren doorkomen.  De voorwaarde is wel dat we er iets uit leren.

Onze samenleving moet veel beter zorgen voor iedereen die zorgt.

Zorgers verdienen meer dan een applausje.

 

Dit stuk verscheen eerder in het Femma magazine van april 2020.

Delen: 

Reacties

Reactie toevoegen