30-urenweek

Geïnspireerd door voorbeelden in Nieuw Zeeland, Zweden en IJsland experimenteren we in 2019 met de kortere werkweek.  Gedurende 1 jaar stapt Femma over op een 30-urenwerkweek. Om dit mogelijk te maken, herdachten we onze arbeidsorganisatie èn werven we nieuwe collega’s aan.

Waar spenderen we de extra tijd aan? Krijgen we er een energieboost van ? Hoe ervaren kinderen de kortere werkweek? Wordt Femma er een aantrekkelijkere werkgever door? Op die en talloze andere vragen hopen we met dit experiment een antwoord te kunnen geven.

De onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel, het expertisecentrum Kind&Samenleving en arbeidsinnovator Flanders Synergy onderzoeken de impact van de kortere werkweek op de collega’s, op de organisatie Femma èn op de samenleving.  Dit doen ze door de tijdsbesteding op en naast het werk in kaart te brengen, zowel voor als na de invoering van de 30-urenwerkweek.

Op deze pagina vind je een overzicht van getuigenissen, informatie, de voortgang en de resultaten van ons experiment.

Lokaal initiatief
Datum: 
woensdag 08 mei 2019 - 14:00 tot 16:00
Adres: 
Vormingplus regio Mechelen, Adegemstraat 79, Mechelen

Op 4 mei 2019 start de eerste Vlaamse editie van de Week van de Tijd.  Tijdens deze week staan tijd en vrije tijd in de schijnwerpers.  Van 4 tot 12 mei kan je in en rond Hasselt, Gent, West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Mechelen terecht voor heel uiteenlopende activiteiten rond tijd.

FAQ - 30-urenwerkweek

Paragrafen: 

Waarom 30?

In België kennen we een standaardwerkweek van 38 uur. In de realiteit blijken Belgische werknemers die voltijds aan de slag zijn, die standaard redelijk goed te benaderen. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bij voltijds werkende werknemers bedraagt in België 40,7 uur. Voltijds werkende mannen spenderen gemiddeld 41,5 uren aan betaalde arbeid. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bij voltijds werkende vrouwen bedraagt 39,2 uren (100). Wanneer we het deeltijds werk beschouwen, dan zien we dat de gemiddelde arbeidsduur van deeltijdse werknemers 23,7 uur per week bedraagt. Bij mannelijke deeltijdse weknemers is dit gemiddeld 24,5 uur, bij vrouwelijke deeltijdse werknemers gemiddeld 23,5 uur.

Het grootste verschil tussen mannen en vrouwen zit echter in het percentage dat deeltijds werkt. Ongeveer een kwart van alle werkende Belgen werkt in een deeltijdse job. Bij vrouwelijke werkenden is dit 43,6% tegenover 9,7% bij de mannelijke werkenden.

Ook binnen de deeltijds werkenden zien we verschillen naar geslacht: deeltijds werkende vrouwen hebben eerder een halftijdse job, hun mannelijke collega’s een 4/5 job.(101)

Indien we controleren voor deeltijdse arbeid kunnen we ruwweg stellen dat een gemiddelde vrouwelijke werkweek ongeveer 32 uren telt en een gemiddelde mannelijke werkweek 40 uren.

Een standaard van 30 uur als nieuwe norm voor het voltijds sluit volgens Femma beter aan bij de gemiddelde vrouwelijke werkweek dan de standaardnorm van 38 uur. Door de gemiddelde vrouwelijke werkweek bij benadering als norm voor te stellen, erkennen we en komen we tegemoet aan de noden van vrouwen.

Met loonbehoud of niet?

Het voorstel is om arbeidsduurvermindering door te voeren zonder loonbehoud. Hier willen we echter direct de kanttekening maken dat dit niet betekent dat de lage en modale inkomens moeten inboeten. Via systemen van herverdeling willen we ervoor zorgen dat de sociale ongelijkheid afneemt, dat mensen een waardig loon hebben om ‘goed’ te leven. Dit veronderstelt een debat binnen de samenleving over verscheidene punten:

  • Wat is een ‘waardig’ loon?
  • Wat verstaan we onder ‘goed’ leven?
  • Wat is een redelijke spanning tussen lonen binnen een bedrijf?
  • Wat moeten de overheid, werkgevers en vakbonden doen om loonniveaus te bekomen die verzoenbaar zijn met sociale gelijkheid en duurzaamheid?

Wij ijveren voor een gefaseerde en geleidelijke invoer van de 30-urige werkweek. Er zijn verschillende pistes om dit aan te pakken. Zo kan je bijvoorbeeld van bepaalde beroepen vragen dat ze elk jaar de productiviteitswinst (deels) omzetten in extra tijd in plaats van loonsverhoging. Of je kan jonge mensen nieuwe contracten aanbieden volgens de 30-urige werkweek (met bijpassing door de overheid via herverdeling), zodat je op den duur automatisch naar een standaard 30-urige werkweek gaat.

Wat met zorgverloven?

We stellen het voorstel van het flexibel mantelzorgverlof voor. We kiezen het als aanvullend op zorgverloven . Zorgverloven hebben vooral de genderongelijkheid in de hand gewerkt, omdat men nog steeds uitgaat van de mannelijke norm van 40 uur waar men op inboet.

Wat met mensen die minder werken of meer wensen te werken?

Mensen kunnen binnen het 30-urenstelsel zelf kiezen om minder of meer uren aan betaald werk te spenderen, net zoals dat nu het geval is bij de 38-urige werkweek. Het doel is wel dat de 30-urige werkweek de nieuwe norm wordt waarnaar we streven en waarop het beleid is afgestemd.

Hoe voorkomen dat de werkdruk zal stijgen?

  • Door job-sharing.
  • Productiviteit kan stijgen waardoor de werkdruk niet toeneemt.
  • Deels zullen jobs verdeeld worden over meer personen.

Incentives overheid: job delen tussen personen moet voordeliger zijn voor de werkgever dan één job met lange uren.

Waarom structureel invoeren en niet op vrijwillige basis?

We willen de norm, de cultuur veranderen. Wanneer je de individuele keuze laat, dan kom je eigenlijk in het bestaande systeem terecht, waar bepaalde groepen meer gebruik gaan maken van de regeling dan anderen, en hou je bepaalde ongelijkheden in stand.

Hoe realiseer je de 30-urenwerkweek voor iedereen?

Intro: 

Olivier Pintelon reikt in zijn boek ‘De strijd om tijd’ een kader aan.

Paragrafen: 

Eerst en vooral is het belangrijk om productiviteitsgroei om te zetten in tijd. Groeit de productiviteit elk jaar met 1,25% - een conservatieve prognose - dan is een 30-urenwerkweek zonder loonverlies realiseerbaar in negentien jaar.  Met productiviteitsgroei alleen komen we er niet omdat onze economische realiteit te divers is. In de industrie is een jaarlijkse groei van 3% niet abnormaal, in de dienstensector is de groei minder groot. In de zorgsector is ze nagenoeg onbestaande. Met gerichte investeringen moet de overheid haar duit in het zakje doen. ‘De politiek kan de middelen vinden door de bestaande bedrijfssubsidies uit te kammen, de vermogens mee in het bad  te trekken en de terugverdieneffecten te herinvesteren’, schrijft Pintelon. Hij wijst erop dat het bedrijfsleven van de Belgische staat jaarlijks 14 miljard euro aan loonsubsidies opstrijkt. Veel van die subsidies zijn niet rechtstreeks gelinkt aan jobcreatie. ‘Het is de grootste blanco cheque van het land.’ De meest ongezonde subsidies zijn die voor nacht- en ploegenarbeid: goed voor 1,4 miljard euro. Een vermogensbelasting invoeren, is ook belangrijk. Achter het bezit van aandelen, obligaties en beleggingsfondsen gaat een grote ongelijkheid schuil. In 2014 bezat de 10 procent meest vermogenden zowat vier vijfde van alle aandelen. Een meerwaardebelasting op financiële activa levert de schatkist 8,7 miljard euro op,  becijferde het Hoger Instituut voor de Arbeid (K.U.Leuven).

Ten slotte zijn er nog de terugverdieneffecten van de kortere werkweek zelf.  Ze creëert vele banen, dat toonde de invoering van de 35-urenwerkweek in Frankrijk aan. Ze zal er ook voor zorgen dat er (veel) minder nood is aan de individuele verlofstelsels, zoals het tijdskrediet. En ze maakt komaf met de citroenloopbaan die ervoor zorgt dat vele mensen ziek thuis zijn of voortijdig afhaken.

Om de 30-urenwerkweek voor iedereen in te voeren, moet er over een periode van twintig jaar een investering komen tot 17,5 miljard euro (bedragen 2018). Dat komt overeen met 40% van de bruto kosten van de 30-urenwerkweek.

Om de 30-urenwerkweek te realiseren, stelt Pintelon een hordeloop over twintig jaar voor, met een langgerekte aanloop en de invoering van de 35-urenwerkweek als tussenstap. Er is de ‘vrijwillige’ fase, de eerste tien jaren. De overheid investeert in bedrijven en organisaties die vrijwillig overschakelen naar de 35-, 32-, of 30-urenwerkweek. De hoogte van de investering hangt af van de sector om zo de verschillen in productiviteit te weerspiegelen.  In ruil voor de investering werven de betrokken bedrijven en organisaties extra mensen aan. Het geld voor de investering komt van de

1,5 miljard euro waarmee de overheid anno 2018 overwerk, shift- en nachtwerk aanmoedigt. De investeringslijn groeit aan tot 17,5 miljard euro zodat ze de verplichte 35-urenwerkweek (na tien jaar) en de verplichte 30-urenwerkweek (na twintig jaar) realiseert.

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Pagina's