Beeldvorming

De 30-urenweek voor gendergelijkheid

Intro: 

Met de 30-urige werkweek als nieuwe norm voor het voltijds werken geven we vrouwen en mannen de kans om betaald en onbetaald werk meer gelijk te verdelen. Laat het duidelijk zijn dat dit past binnen een groter verhaal en dat alleen het verminderen van de arbeidsduur geen garantie is op een meer gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen partners.

Paragrafen: 

Met de 30-urige werkweek als norm voor voltijds:

  • geven we mannen de kans om meer huishoudelijke en zorgtaken op te nemen. Door normen en opvattingen te veranderen, zijn zij minder geremd om die taken op te nemen;
  • geven we vrouwen de kans om meer uren te werken indien gewenst. Doordat mannen een deel van de zorg- en huishoudelijke taken op zich nemen, kunnen vrouwen die parttime of niet werken, hun werkuren uitbreiden;
  • bieden we vrouwen meer promotiekansen op de arbeidsmarkt aan. Wie vandaag voltijds werkt, heeft meer kans op promotie dan wie deeltijds werkt, omdat dit laatste vaak als minder betrokken, minder gemotiveerd wordt gezien;
  • verkleinen we de loonkloof en de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen. Een deel van die kloof is te wijten aan het feit dat vrouwen nu minder uren werken dan mannen en ook minder carrière maken.

Beeldvorming mannen en vrouwen

Intro: 

Een toekomst waarin we evenwichtig en kwaliteitsvol combineren, waarin onbetaalde zorgarbeid evenzeer gewaardeerd wordt als betaalde arbeid en waarin  sprake is van gendergelijkheid, kan alleen als de beeldvorming over vrouwen en mannen vrij is van stereotypen.

Paragrafen: 

Traditionele rolpatronen en opvattingen hebben een invloed op de wijze waarop mannen en vrouwen hun tijd spenderen, het type job ze uitoefenen, het aantal uur ze spenderen aan betaalde of onbetaalde arbeid en de waardering die aan hun tijdsinvestering wordt gegeven. Omdat we zorgen als een ‘vrouwelijke’ kwaliteit beschouwen, verwachten we van vrouwen dat ze hun loopbaan terugschroeven wanneer ze kinderen krijgen. Dit leidt tot een vicieuze cirkel, waarbij vrouwen dus daadwerkelijk minder gaan werken en zo de traditionele rolpatronen versterken.

Al vanaf de geboorte bepalen we het gedrag en de verwachtingen van jongens en meisjes. Onze samenleving is in grote mate gestoeld op de dichotomie jongen-meisje: roos is voor meisjes, blauw is voor jongens. Meisjes dienen braaf te zijn, jongens stoer, jongens zijn goed in wetenschappen, meisjes in zorgen, empathie is iets vrouwelijks, leiderschap is een mannelijke kwaliteit…

Vaak zien we die stereotiepe rolverdeling niet als problematisch omdat we het als ‘natuurlijk’ en normaal beschouwen. We vergeten dat het in feite een gevolg is van gendernormen en waarden binnen een maatschappij. Normen en waarden die veranderlijk zijn over tijd.

De vraag is uiteraard hoe je stereotypen bestrijdt. Femma stelt een en-en-beleid voor. Enerzijds zijn er structurele maatregelen nodig, zoals het verplicht vaderschapsverlof.

Anderzijds dienen we via onderwijs en sensibiliseringsacties mensen bewust te maken van stereotypen. Opvattingen sturen het gedrag van mensen, maar door in te grijpen op het gedrag verander je ook opinies.

Femmavoorstel

  • Neem gendergelijkheid/het genderperspectief op in de onderwijsopleiding voor leerkrachten. Leerlingen en studenten moeten gevoelig gemaakt worden voor de uitdagingen op vlak van gender. Good practices vind je in de lessenpakketten van het Rosadoc-project . Ook het Procrustesproject van de K.U.Leuven, de VUB en de UGent biedt scholen en leerkrachten lectuur en instrumenten aan om goed met gender om te gaan.
  • Besteed in de eindtermen van het basis-, secundair- en hoger onderwijs aandacht aanroldoorbrekend onderwijs.
  • De overheid moet inzetten op sensibiliseringscampagnes, het in de kijker zetten van good practices, en op het zichtbaar maken en cijfermatig vastleggen van veranderde gedragspatronen.

Femma speelt als middenveldorganisatie ook haar rol door het debat rond stereotiepe beeldvorming te voeren, in de media, op straat en in de huiskamer.