Evenwicht

Lokaal initiatief
Datum: 
woensdag 06 feb 2019 - 19:30 tot 21:00
Adres: 
deBuren, Leopoldstraat 6, Brussel

Discussie over experimenten rond werktijdverkorting.

In mei 2015 organiseerden deBuren al een debat over de kortere werkweek. Intussen hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan.

De strijd om tijd
Lokaal initiatief
Datum: 
woensdag 28 nov 2018 - 20:00 tot 22:00
Adres: 
Kunstencentrum Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat 23, Gent

Is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen.

Actie-onderzoek 30u
Looptijd: 
1 januari 2019 tot en met 31 december 2019

Innovatieve oplossingen zoeken voor een evenwichtige combinatie van werk en privé. Bij Femma denken en praten we er niet alleen over. We testen ze zelf uit.

Het tijdskrediet

Intro: 

Naast het moederschapsverlof/geboorteverlof en het thematisch verlof ouderschapsverlof, kunnen werknemers ook beroep doen op tijdskrediet om de zorg voor kinderen en een job op een kwaliteitsvolle manier te combineren.

Het recht op tijdskrediet staat los van de vorige verloven en kent aparte regels qua toelating, duur, uitkeringen, …

Paragrafen: 

Recente wijzigingen en huidige regeling

De afgelopen jaren werd het stelsel van het tijdskrediet grondig hervormd. De voorwaarden tot opname van tijdskrediet werden beperkt en verstrengd.

Afschaffing tijdskrediet zonder motief

Het ongemotiveerd tijdskrediet werd in verschillende stappen afgebouwd en afgeschaft. (92) Het werd geframed als een tijdskrediet voor wereldreizen, terwijl het in realiteit een zorgverlof was dat grotendeels halftijds of in 1/5de formule werd opgenomen. Op wereldreis gaan doe je niet met zo’n formule. Bovendien werd het vooral opgenomen door vrouwen om zorg op te nemen, schoolvakanties te overbruggen of om even gas terug te nemen in de dagdagelijkse ratrace.

Tijdskrediet met motief zorg werd verlengd.

Werknemers hebben wel nog recht om gedurende hun loopbaan tijdskrediet op te nemen voor specifieke redenen. Het gaat daarbij om tijdskrediet met zorgmotieven en tijdskrediet met motief opleiding. Het tijdskrediet met motief zorg werd in 2017 verlengd van 36 maanden naar 51 maanden. Terzelfdertijd werd ook de uitkering voor de werknemers met meer dan vijf jaar anciënniteit bij de werkgever verlaagd in het geval van een vol- of halftijds tijdskrediet.

Bijvoorbeeld:

  Regeling voor hervorming Regeling na hervorming
Werknemers met > 5 jaar anciënniteit bij werkgever 667,28 euro bruto
599,69 euro netto
583,87 euro bruto
524,73 euro netto (-12%)

Het tijdskrediet met motief zorg geeft de werknemers recht op een voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet tot maximum 51 maanden omwille van de volgende motieven:

  • om voor hun kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar;
  • voor het verlenen van palliatieve verzorging;
  • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • om zorg te dragen voor hun kind met een handicap tot de leeftijd van 21 jaar;
  • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan hun minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is.

Daarnaast wordt er ook nog voorzien in een recht op een voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet tot maximaal 36 maanden voor het volgen van een opleiding.  

Om een tijdskrediet op te nemen, moet je twee jaar in dienst zijn bij je werkgever. Tijdskrediet is ook alleen maar een recht in ondernemingen met meer dan tien werknemers. Bovendien is voor de voltijdse of halftijdse formule een cao nodig.

De verschillende motieven zijn niet cumuleerbaar, wat betekent dat je over de hele loopbaan recht hebt op 51 maanden en dus niet per motief. Bovendien maakt het niet uit in welk regime je het tijdskrediet opneemt. De maximumperiode is dus 51 maanden, voltijds, halftijds of 1/5de formule.

Evaluatie

Het beleid rond tijdskrediet wordt vooral gevoerd vanuit een besparingslogica. Als we alle wijzigingen in rekening brengen, dan zien we dat werknemers voor de hervorming van ongemotiveerd en gemotiveerd tijdskrediet meestal de mogelijkheid hadden om voor een langere periode de arbeidsuren te minderen.

Maximum cumul oude systeem (ongemotiveerd en gemotiveerd):

  • In 1/5e (populairste systeem): 60 maanden plus 36 of 48 maanden (afhankelijk van motief) = 96 of 108 maanden
  • In 1/2e systeem: 24 maanden plus 36 of 48 maanden (afhankelijk van motief) = 60 of 72 maanden
  • In voltijdse opname: 12 maanden plus 36 of 48 maanden (afhankelijk van motief)= 48 of 60 maanden

Maximum nieuwe systeem:

  • In 1/5e (is enige systeem dat voor iedereen een recht is): 51 maanden
  • In halftijds: 51 maanden
  • In voltijds: 51 maanden

Bovendien zijn de toelatingsvoorwaarden in bepaalde gevallen verstrengd. Voor het ongemotiveerd tijdskrediet was er geen cao nodig om het halftijds of voltijds op te nemen.

Door de uitkeringen voor werknemers met meer dan vijf jaar anciënniteit te verlagen in het geval van een vol- of halftijds tijdskrediet, duwt het beleid mensen richting de vermindering met 1/5de formule. Ze stelt het als het ware als default voor. Dit is voor het beleid uiteraard ook een besparing, wetende dat je recht hebt op 51 maanden, ongeacht het regime. Wanneer iemand 51 maanden tijdskrediet opneemt met vermindering 1/5de dient het beleid minder uitkeringen te betalen dan wanneer iemand die 51 maanden halftijds of voltijds opneemt.

Opname tijdskrediet in België en de genderdimensie

Na de hervorming van het tijdskrediet zien we voor het eerst in jaren een daling van het aantal gebruikers. Tussen 2015 en 2017 daalde het met 12,3%. De verhouding m/v is constant gebleven. In 2017 was 62% van alle gebruikers vrouwelijk en 38% mannelijk.

De 1/5de formule is met 75% de meest populaire formule in 2017. 4% van de gebruikers kiest voor voltijds tijdskrediet en 21% voor halftijds tijdskrediet.

In 2017 kende het systeem  van tijdskrediet voor zorgredenen 29 916 gebruikers.  Tijdskrediet voor zorgredenen maakt 23% uit van het totaal in 2017, terwijl dat in 2008 maar 3,6% van het totaal aantal opnames van tijdskrediet was. Bij tijdskrediet voor zorg zijn 85% van de gebruikers vrouwen en 15% van de gebruikers mannen.

Vergoeding

In het algemeen stelsel varieert de uitkering naargelang de gekozen formule, de leeftijd, de anciënniteit en de gezinssamenstelling.

Femmakritiek

  • Voor veel mensen is het financieel onmogelijk om gebruik te maken van tijdskrediet.
  • Tijdskrediet met motief zorg is een sterk vrouwelijk verlof.
  • De mogelijkheid om 51 maanden voltijds tijdskrediet op te nemen zorgt mogelijks voor een erg lange onderbreking (van moeders) op de arbeidsmarkt en is dus niet transitiebestendig.

Tijdskrediet biedt voor Femma een onvoldoende structureel antwoord op de noden van kinderen. Het werkt de genderkloof niet weg. En het is een combinatiestrategie die vooral de sociaaleconomisch hoger gerangschikte ouders – en daarbinnen voornamelijk moeders, want het is een vrouwelijke strategie – ten goede komt. (93) Kortgeschoolde moeders zijn minder actief op de arbeidsmarkt en vaker werkloos zodat ze verhoudingsgewijs ook minder tijdskrediet opnemen dan hooggeschoolde moeders. Daarnaast nemen laaggeschoolde werkende moeders ook minder tijdskrediet op dan hun hoger geschoolde collega’s.

Femmavoorstel

Het nieuwe voltijds

Femma trekt vanuit dit perspectief de kaart van ‘het nieuwe voltijds’. Samen met de hervormde kindverloven en een uitstekende externe kinderopvang (cf. VIII) verlicht dit de nood aan tijdskrediet om te zorgen voor kinderen. Het tijdskrediet zonder motief kan dan onder meer gebruikt worden voor een opleiding, persoonlijke ontwikkeling, vrijwilligerswerk of – om de keuzevrijheid van ouders te respecteren – nog altijd als alternatief voor externe kinderopvang. Daarnaast meent Femma dat de reden ‘zorgen voor een kind tot 8 jaar’ uit het aanvullend tijdskrediet met motief moet verdwijnen. De overheid moet het aanvullend tijdskrediet met motieven ‘palliatieve zorg en bijstand aan een zwaar ziek familielid’ samen met de thematische verloven stroomlijnen tot een goed uitgebouwd mantelzorgverlof (cf. IX.II).

Andere verloven om arbeid en zorg te combineren:

Call to action: 

Ons voorstel voor de toekomstige regering

Vergoed de verloven voor medische bijstand en palliatief verlof beter

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

De 30-urenwerkweek bij Femma

Intro: 

In november 2016 zette de Raad van Bestuur van Femma het licht op groen voor het actieonderzoek ’30-urenwerkweek’, als uitvoering van de Strategische Doelstelling 4: ‘Evenwichtig en Kwaliteitsvol Combineren van betaalde en onbetaalde arbeid door mannen en vrouwen staat hoog op de maatschappelijke agenda’.

Deze strategische doelstelling is een onderdeel van het Beleidsplan 2016-2020. Op basis van de kwaliteit en de uitvoering van dit beleidsplan ontvangt Femma subsidies vanuit het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk.

Paragrafen: 

We onderzoeken zelf wat een verandering van de norm teweegbrengt om zo het maatschappelijk debat over kwaliteitsvol combineren te voeden. We beperken het onderzoek niet tot de effecten van minder werken op de werkvloer en de effecten op onszelf, het personeel. Neen, we onderzoeken de effecten van minder betaald werken op alle vormen van arbeid: sociale arbeid (vrijwilligerswerk), zorgarbeid (kinderenzorg- en opvoeding, mantelzorg) en zelfzorg (ons welzijn). En niet alleen de personeelsleden zijn de ‘onderzoeksobjecten’, ook de partners en kinderen worden meegenomen. Dat maakt ons onderzoek uniek!

Meer dan twee jaar bereidden we het onderzoek voor.  We definieerden vier belangrijke hefbomen:

  • het onderzoek
  • de organisatie
  • het draagvlak
  • de investering

Voor het onderzoek namen we twee partners onder de arm: de tijdbestedingsonderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en het onderzoekscentrum Kind & Samenleving. De eerste voert de metingen uit bij de volwassenen, de tweede bij de kinderen.

Minder uren werken betekent bij Femma ook anders werken.  Als vijf collega’s met een verschillend profiel elk zes uur per week minder werken (van 36 naar 30 uren) dan kunnen we hun werk niet opvangen door één collega extra aan te werven.  In samenwerking met Flanders Synergy, een expert in arbeidsinnovatie, dachten we na over hoe we ons werk effectiever konden organiseren.  In september 2018 gingen we van start in een nieuwe arbeidsorganisatie. Een organisatie die beter is afgestemd op de realisatie van de missie van Femma.  Een teamcoach begeleidt de werking van de nieuwe teams.  Met effectiever werken, vangen we 20% van de uren op die we minder gaan werken. 
De resterende 80% vangen we op door nieuwe collega’s aan te werven en een beroep te doen op externe expertise. Dit gebeurde op basis van de noden die de teams aangaven.

De collega’s werden van in het begin betrokken bij het opzetten van dit actieonderzoek:

  • in de stuurgroep die de krijtlijnen uitzette;
  • via verschillende personeelsdagen;
  • via opdrachten als ‘ontwerp je eigen dertigurenwerkweek’;
  • via het sociaal overleg. Elke maand stond de bespreking van het actieonderzoek op de agenda van de ondernemingsraad.

Die betrokkenheid vonden wij erg belangrijk en betekende ook veel voor het actieonderzoek. Zo kozen we er bijvoorbeeld voor om geen vast ontwerp in te voeren: een zesurenwerkdag of een vierdagenwerkweek. De collega’s kozen zelf de formule die het best bij hun past. Wel met een aantal beperkingen:

  • We werken effectief dertig uren per week en niet gemiddeld. Het onderzoek meet immers de effecten van dertig uren werken per week en niet van gemiddeld dertig uren werken op jaar- of maandbasis.
  • We werken dertig uren per week in vier of vijf dagen. Niet in drie dagen van tien uur. Standaard tien uur per dag werken, vinden we vanuit productiviteitsoogpunt niet efficiënt en het bemoeilijkt de teamwerking
  • Slechts een beperkt aantal overuren is toegestaan.

Op 1 januari 2019 ging het actieonderzoek van start. Gedurende één jaar werken de personeelsleden in een effectieve 30-urenwerkweek, met behoud van loon. De investering in de extra aanwervingen (we creëren jobs!) en in het loonbehoud doet Femma zelf. Voor het onderzoeksluik - de metingen door TOR en Kind & Samenleving kostten zo’n 80.000 euro - doen we een beroep op fondsen van organisaties en mensen die het onderzoek waardevol vinden.

We organiseren dit actieonderzoek om eruit te leren, de expertise te delen èn om het maatschappelijk debat te stimuleren. Het onderzoek is waardevol maar heeft uiteraard ook zijn beperkingen. Omdat het een onderzoek op organisatieniveau is, mogen de resultaten ervan niet zomaar vertaald worden naar het maatschappelijke niveau. De partners van de personeelsleden gaan niet minder werken, wat bij een collectieve arbeidsduurvermindering op maatschappelijk niveau wel het geval is. En dat beïnvloedt natuurlijk de resultaten. Ook is het een onderzoek dat maar één jaar loopt. We kunnen bijvoorbeeld niet onderzoeken of de kortere werkweek mensen in staat stelt om langer te werken. (74)

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

De 30-urenweek voor meer kwaliteit van werk

Intro: 

In de kwaliteit van het werk speelt het arbeidsvolume een belangrijke rol. De werkbaarheidsmonitor van de SERV meet de kwaliteit van het werk aan de hand van drie sleutelfactoren: ‘leren en motiveren’, ‘werkstress’ en ‘werk-privébalans ’. 

Paragrafen: 

De arbeidsduur blijkt een cruciale en quasi-rechtlijnige voorspeller te zijn van evenwicht versus onevenwicht in de werk-privébalans.
Van de mensen met een kleine deeltijdse baan zegt 5% problemen te hebben met de combinatie van werk en privé (70). Bij de grote deeltijders is dit 10,6% en van de voltijdse werknemers signaleert 13,5% een onevenwicht tussen werk en privé. Bij voltijders die overwerken, stijgt het percentage tot 19,2% bij matig structureel overwerk en tot 35,5% bij intensief overwerk (Publicatie SERV).
Qua werkstress toont de werkbaarheidsmonitor aan dat er een probleem is met de norm van voltijds werken en dat vier vijfde gaan werken (een populaire strategie) vaak geen soelaas biedt. De werkstress tussen voltijds werkenden en mensen die vier vijfde werken, is nagenoeg dezelfde: 36,4% versus 34,2%. Deze resultaten bevestigen:

  • dat een deeltijdse job zelden gepaard gaat met een overeenkomstige vermindering van de werklast. Vier vijfde werken betekent met andere woorden hetzelfde werk doen in minder uren.
  • dat vooral mensen met zorgverantwoordelijkheden, beginnende gezondheidsproblemen of afnemende veerkracht minder gaan werken. Ze stoten op de limieten van hun kunnen. Zo bekeken dragen grote deeltijdse jobs helaas  bij tot het hardnekkig inzetten  van werknemers die het moeilijk hebben om aan boord te blijven.

De 30-urenwerkweek met een waardig inkomen

Draagt minder werken vandaag vaak bij tot een beter evenwicht tussen werk en privé, voor je inkomen is het minder goed. In 2011 pakte het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen voor het eerst (en jammer genoeg voorlopig voor het laatst ook) uit met een onderzoek dat de inkomens van vrouwen en van mannen analyseerde (71). Tot nog toe werden die inkomens alleen op gezinsniveau onderzocht, wat de ongelijkheden, de financiële afhankelijkheid en het armoederisico verdoezelt.
36% van de vrouwen en 11% van de mannen is financieel afhankelijk (72). Dit betekent dat ze over een individueel inkomen beschikken dat lager is dan 60% van het individueel mediaan inkomen. Voltijds werken, is het beste middel om financiële afhankelijkheid te voorkomen. Voor wie deeltijds werkt, vergroot de kans op afhankelijkheid met 13,5 procentpunt bij vrouwen en met 12,8 bij mannen. Zowel bij vrouwen als bij mannen wordt inactiviteit het meest met de sterkste financiële afhankelijkheid geassocieerd. De weerslag van werkloosheid en pensioen is veel groter voor vrouwen dan voor mannen met dezelfde kenmerken. Op dit niveau komen de effecten van de niet-individualisering van sociale rechten en van de onderbroken en deeltijdse loopbaan tot uiting, toont het onderzoek aan.

Vrouwen in koppels zijn het meest financieel afhankelijk. Bij 42% van de koppels is één van beide partners financieel afhankelijk en meestal (90%) is dit de vrouw. De verklaring? De kinderen. De verschillen bij een koppel nemen toe met het aantal kinderen.
Organiseren we arbeid rond een nieuwe voltijdse norm van dertig uren per week dan:

  • Werk je de inkomensongelijkheden en -afhankelijkheden binnen koppels verder weg. Een voltijds werknemersstatuut behoedt vrouwen immers het meest voor ongelijkheden binnen een koppel;
  • Werk je de financiële afhankelijkheid van vrouwen tout court mee weg: voltijds werken is immers het beste middel om armoede te voorkomen.

Een nieuwe norm voor voltijds werk betekent dat je met dit loon waardig moet kunnen leven. Dit veronderstelt een debat binnen de samenleving over verscheidene punten:

  • Wat is een ‘waardig’ loon?
  • Wat verstaan we onder ‘goed’ leven?
  • Wat is een redelijke spanning tussen lonen binnen een bedrijf?
  • Wat moeten de overheid, werkgevers en vakbonden doen om loonniveaus te bekomen die verzoenbaar zijn met sociale gelijkheid en duurzaamheid?

Onderzoeker Matthias Somers toonde recent aan dat wie niet kan rekenen op twee inkomens, het steeds moeilijker heeft om aan te haken bij die levensstandaard die door tweeverdienersgezinnen wordt gezet (73). De maatschappelijke omslag van het kostwinnersmodel naar het tweeverdienersmodel zorgde voor een verhoging van de levensstandaard van de middenklasse. Voor wie niet kan steunen op een dubbel inkomen uit arbeid – alleenstaande ouders bijvoorbeeld - wordt het steeds moeilijker om die standaard te halen. Daarbij komt dat de inkomens uit arbeid de laatste drie decennia ook niet gelijkmatig over de verschillende inkomensklassen evolueerden. Hoe lager op de inkomensladder, hoe trager de uurlonen erop vooruitgingen. Zo wordt het ook als je werkt maar tot de lagere inkomensklassen behoort, steeds moeilijker om aan te haken bij de levensstandaard die de middenklasse erop nahoudt. Dat betekent niet alleen dat zij moeten zien rond te komen met een inkomen dat steeds verder onder de mediaan ligt, dus onder het niveau waarover middenklassers beschikken, maar ook dat zij zich met dat magere inkomen van steeds minder nochtans essentiële basisvoorzieningen kunnen verzekeren. Zelf een eigen huis kunnen kopen, is een droom die voor velen onbereikbaar wordt. De stijgende koopkracht van de tweeverdienende middenklasse en overheidsbeleid stuwen de huizenprijzen steeds hoger, terwijl de inkomens van wie lager op de sociale ladder staat steeds verder achterblijven.

Om iedereen aan boord te houden in deze veranderende samenleving zal één magic bullet niet volstaan, zegt Somers. ‘Het zal niet zo makkelijk zijn als zeggen dat 'de uitkeringen omhoog moeten'. Ook dat moet, maar daar is een alleenstaande ouder die werkt voor een mager loon nog niet mee gebaat. Het zal een kwestie zijn van zoeken naar manieren om die lage lonen structureel de hoogte in te duwen, en de kloof die de laatste decennia ontstaan is tussen die lagere lonen en middenklasse lonen terug te dichten. Het zal zaak zijn een woningmarkt te ontwikkelen waarin iedereen weer terecht kan: door eigenaarschap terug bereikbaar te maken voor iedereen, of door een forse impuls te geven aan sociale huurmaatschappijen die een veel grotere groep moeten kunnen bedienen dan enkel de allerlaagste inkomens.’

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Pagina's