Maatschappelijke evoluties

Lokaal initiatief
Datum: 
woensdag 06 feb 2019 - 19:30 tot 21:00
Adres: 
deBuren, Leopoldstraat 6, Brussel

Discussie over experimenten rond werktijdverkorting.

In mei 2015 organiseerden deBuren al een debat over de kortere werkweek. Intussen hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan.

De strijd om tijd
Lokaal initiatief
Datum: 
woensdag 28 nov 2018 - 20:00 tot 22:00
Adres: 
Kunstencentrum Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat 23, Gent

Is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen.

De vergeten droom

Intro: 

Een kleine eeuw geleden waren enkele grote denkers ervan overtuigd dat betaalde arbeid steeds minder een prominente rol zou spelen in de levens van mensen. In plaats van hun hoofd te breken over de moeilijke combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid, zoals mensen nu doen, zouden ze uitgedaagd worden door een overvloed aan vrije tijd. Eén van die denkers was John Maynard Keynes.

Paragrafen: 

Keynes’ profetie

Bij het aanbreken van de Grote Depressie in 1930 publiceerde Keynes een essay getiteld Economic Possibilities for our Grandchildren. Daarin voorspelde hij dat de Westerse mens in 2030 slechts vijftienuur per week zou moeten werken. Door de technologische vooruitgang zou een steeds grotere productiviteit per uur mogelijk zijn, en dus zouden mensen minder hoeven te werken om hun materiële behoeften te bevredigen. ‘Dan staat de mens voor het eerst in zijn bestaan voor een echt en blijvend probleem: hoe om te gaan met dat bevrijd zijn van economische zorgen, hoe invulling te geven aan de vrije tijd die de wetenschap en samengestelde rente hem hebben bezorgd, hoe verstandig en prettig en goed te leven’, voorspelde hij.

Keynes was niet de enige intellectueel die pleitte voor meer vrije tijd (57).

  • Benjamin Franklin, één van de grondleggers van de Verenigde Staten, voorspelde zowat honderd jaar voor Keynes dat mensen ooit niet meer dan vier uur per dag zouden moeten werken. En John Stuart Mill stelde vijftig jaar voor Keynes dat meer rijkdom het beste in meer vrije tijd kon omgezet worden.
  • In 1926 voerde Henry Ford, uitvinder van de lopende band, als eerste de vijfdaagse werkweek in. Hij had ontdekt dat zijn werknemers alleen maar productiever werden van een kortere werkweek.
  • In 1930 werd door de Amerikaanse Senaat een wet voor de 30-urige werkweek aangenomen. De wet strandde in het Huis van Afgevaardigden.
  • Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef het idee van arbeidsduurvermindering voortleven. Richard Nixon beloofde in 1956 dat er in de nabije toekomst nog maar vier dagen hoefde gewerkt te worden.

Geschiedenis arbeidsduurvermindering België

Eind 19de en begin 20ste eeuw woedde er een enorme sociale strijd om de arbeidstijd te verkorten. De opkomst van de industrialisering en het kapitalisme zorgde ervoor dat werkweken van 60-70 uur in de fabrieken de standaard waren. Werkdagen van 12-14 uur waren normaal. Voor mannen, vrouwen en kinderen! Begin 20ste eeuw werd de werkdag verkort tot ongeveer 10 uur en werkten de mensen zes dagen op zeven. De volgende stap was de internationale strijd voor de 8-urige werkdag, onder het motto 8 uur werken, 8 uur slapen en 8 uur ontspanning. Die werd in 1921 ook in België ingevoerd. Ten tijde dat Keynes zijn essay schreef, was de 48-urige werkweek de norm.

Gedurende de 20ste eeuw is de jaarlijkse conventionele arbeidsduur verminderd. Tot de jaren ’75 was er sprake van een sterke stijging van de economische groei. De arbeidsduurvermindering die tot deze periode plaatsvond, was het resultaat van een maatschappelijke logica die neerkwam op de verdeling van de opbrengsten van de groei. In de jaren ‘50 daalde in de meeste sectoren en bedrijven de arbeidsduur officieel naar 45 uur per week. In 1974 werd in de meeste sectorale cao’s de 40-urige werkweek en de vijfdagenweek als standaard opgenomen. Dit werd in 1978 wet.

Vanaf midden jaren ’70, met de oliecrisissen, stokte de economische groei en steeg het aantal werklozen. Dit bracht vakbonden en werkgevers ertoe expliciet te onderhandelen over een verdeling van de productiviteitstoename tussen loonsverhoging, vermindering van de arbeidsduur en creatie van jobs of beperking van afdankingen. Er was een nieuw denkpatroon ontstaan – dat van de arbeidsherverdeling – dat verschilde van de logica gebaseerd op een verdeling van de groeiopbrengsten. Dit leidde tot maatregelen die meer gericht waren op flexibiliteit en arbeidstijdherschikking, zoals het brugpensioen, het experiment ‘Hansenne 5-3-3’ (1983)(58), de annualisering van de arbeidstijd (1985)(59), de stelsels voor loopbaanonderbreking, voor halftijds brugpensioen, ter bevordering van deeltijdse arbeid... Van toen af werd er steeds meer ingezet op een individuele vermindering van de arbeidstijd. Dit zien we weerspiegeld in het succes van tijdskrediet en thematische verloven. In 2003 kennen we wel nog een collectieve arbeidsduurvermindering naar 38 uur.

Arbeidstijd in België

De minimale en maximale grenzen van de arbeidsduur liggen vast in de arbeidswet van 16 maart 1971. De regelgeving inzake werk- en rusttijden is gebaseerd op wat als ‘normaal’ of in ieder geval als ‘meest gangbaar’ wordt beschouwd. Zowel sectoraal als individueel kunnen afwijkingen toegestaan worden.

Een als normaal beschouwde arbeidsregeling, waarop dus geen afwijkende bepaling moet worden toegepast, is een regeling waarin:

  • de maximale arbeidsduur beperkt is tot 8 uur per dag en 40 uur per week (38 uur per week op jaarbasis);
  • de arbeidsweek duurt van maandag tot (uiterlijk) zaterdag;
  • er 's nachts niet wordt gewerkt (tussen 20 uur en 6 uur);
  • op feestdagen rust wordt genomen.

In 2013 bedroeg de conventionele arbeidsduur (60) in België 37,8 uur per week. Wat dicht bij de zogenoemde wettelijke duur ligt. Die duur ligt zeer dicht bij het Europese gemiddelde en bij dat van de Noordse landen (61).

De gebruikelijke arbeidsduur stemt overeen met de normaliter tijdens een standaardweek te werken uren en verschilt van de conventionele arbeidsduur naargelang de omvang van de deeltijdarbeid en de gebruikelijke overuren. In 2018 bedroeg de gebruikelijke arbeidsduur van een Belgische loontrekkende gemiddeld 35,5  uur per week,

De effectieve arbeidsduur wijkt dan weer af van de gebruikelijke arbeidsduur omdat de werknemer ofwel niet-gebruikelijke overuren verricht ofwel afwezig is wegens, bijvoorbeeld ziekte, vakantie of opleiding. In 2018 bedroeg de effectieve arbeidsduur gemiddeld 34,8 uur per week.

Gemiddelde wekelijkse arbeidsduur

  Voltijds werkende Deeltijds werkende Totaal
  Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal
Gebruikelijke 39,8 37,9 38,9 25,9 25,3 25,6 38,4 32,5 35,5
Effectief 39,0 37,4 38,2 24,4 24,3 24,3 37,55 31,7 34,8

Bron:  Eurostat

In 2018 werkte een voltijdse werknemer in België gemiddeld 38,9 uur per week; een loontrekkende deeltijdbaan was gemiddeld goed voor 25,6  werkuren.

Gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bij 15-plussers naar geslacht en arbeidsregime (2016)

  Voltijds werkende Deeltijds werkende Totaal
  Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal
Vlaams Gewest 42,6 40 41,7 24,4 24,5 24,5 40,8 33,2 37,2
Waals Gewest 41,2 39 40,4 23,2 23,9 23,7 39,4 32,5 36,2
Brussels H. Gewest 41,7 39,6 41 21,4 23,6 23 39,4 34,3 37
België 42,1 39,7 41,2 23,8 24,2 24,1 40,2 33,1 37
EU-28 42,3 40 41,40 19,2 20,6 20,3 40 33,7 37,1

Bron:  Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

De gemiddelde arbeidstijd van mannen ligt aanzienlijk hoger dan die van vrouwen. Dat heeft te maken met het grotere percentage vrouwen dat deeltijds werkt.

Het aandeel deeltijdwerkers in het totale aantal werkenden is gedurende de laatste 30 jaar sterk gestegen, maar ook het aantal gewerkte uren per deeltijdwerker nam toe: waar de deeltijds werkende loontrekkende in de jaren ‘80 gemiddeld ongeveer 20 uur per week werkte, was dat in 2018 25,6 uur (gedeeltelijk ook door het ontstaan van de 4/5-banen).

De sterke stijging van het aandeel deeltijdwerkers is positief gecorreleerd met de ontwikkeling van de werkgelegenheidsgraad in België gedurende dezelfde periode.

Beleid gericht op flexibilisering werktijd - Wet Kris Peeters

Werkbaar en wendbaar werk

De verzuchtingen met betrekking tot combinatie werk en privé, zette het beleid aan tot actie. De wet Werkbaar en Wendbaar werk diende gepaste antwoorden te bieden. Glijdende uurroosters, occasioneel telewerk, loopbaansparen en het schenken van verlof zijn maatregelen die de werknemer moeten toelaten om meer autonomie te hebben over zijn arbeidstijd en langer aan het werk te blijven (de pensioenleeftijd werd namelijk verhoogd naar 67 jaar). Daartegenover staat echter een flexibilisering van de werktijd: tijdens piekmomenten kunnen werknemers gevraagd worden om maximum 45 uur per week en 9 uur per dag te werken. Deze uren moeten later op het jaar gecompenseerd worden zodat men op jaarbasis de 38 urenweek niet overschrijdt. Bovendien is het systeem van overuren uitgebreid tot 143 uren per trimester. Nieuw is het begrip ‘vrijwillige’ overuren. De werknemer kan via schriftelijk akkoord overeenkomen om nog 100 overuren per kalenderjaar te presteren, als mogelijkheid om het loon aan te vullen.

De maatregelen om het werk werkbaar te houden zijn minimaal en staan niet in verhouding met de mate waarin flexibiliteit van de werknemer geëist kan worden. Langere werkweken zijn nefast voor de dagelijkse combinatie van werk en privé. Bovendien zijn de maatregelen met betrekking tot werkbaar werk slechts mogelijk voor een minderheid van de werknemers en zullen ze op vlak van genderverschillen weinig impact hebben.

Keynes’ ‘fout’

Om terug te komen op de profetie van Keynes. Anno 2014 beschikken we inderdaad over vier tot vijf keer meer rijkdom dan 100 jaar geleden maar is de daling van het aantal uren betaald werk per week verhoudingsgewijs veel minder sterk. De standaardnorm voor voltijds werk ligt in België nog steeds op 40 (38) uur per week. Heel wat mensen werken ook meer dan 40 uur, terwijl anderen werkloos aan de kant staan. Niets wijst erop dat we naar een 15-urige werkweek evolueren tegen 2030. Integendeel, vandaag is de teneur activeren, harder en langer werken.

Hoe komt het dat de voorspelling van Keynes niet is uitgekomen? Waar in die honderd jaar is het misgelopen?

Volgens vader en zoon Skidelsky zag Keynes twee belangrijke zaken over het hoofd:

  • Het kapitalisme creëert steeds nieuwe behoeften.
  • Rijkdom en behoeften zijn relatief.

Kapitalisme en nieuwe behoeften

Keynes maakte een foute inschatting door te veronderstellen dat de behoeften van mensen doorheen de tijd niet zouden veranderen. Hij stelde een aantal basisbehoeften voorop, maar kon niet voorspellen dat het kapitalisme steeds meer behoeften zou creëren. Je hebt de continue verbetering van producten en het feit dat mensen soms onverzadigbaar lijken en steeds op zoek gaan naar meer en nieuw: een nieuwe auto, ook al rijdt de huidige nog perfect, een dure smartphone, elk jaar nieuwe kledij om mee te zijn met de laatste mode, een groot huis met de nieuwste keuken en snufjes… Volgens de Skidelsky’s speelt reclame hierin een niet te onderschatten rol.

Rijkdom en behoeften zijn relatief

Een tweede factor die Keynes over het hoofd zag, is dat rijkdom en dus ook de behoeften van mensen relatief zijn. Keynes onderschatte het feit dat wanneer de basisbehoeften van mensen vervuld zijn, ze zich ook vergelijken met mensen uit hun omgeving. Naarmate we in het Westen rijker werden, is ook de ongelijkheid toegenomen. Dat maakt dat mensen die minder hebben zich gaan vergelijken met diegenen die meer hebben. Ze worden afgunstig en willen meer statusgoederen vergaren. Daarvoor heb je inkomen nodig en ga je dus net harder werken. In landen met meer inkomensgelijkheid bestaat veel minder de drang om harder te werken en rijker te worden.

Winsten naar aandeelhouders

Een derde factor is het feit dat de winsten van de productiviteitsgroei niet naar de werknemers gingen, maar meer en meer naar de aandeelhouders (cf. hoofdstuk II.I).

Deze drie factoren hebben ertoe bijgedragen dat we rijkdom niet hebben omgezet in meer vrije tijd, maar in meer geld en meer consumptiemiddelen. De negatieve gevolgen voor de combinatiedruk, het milieu, de economie en ons welzijn namen we erbij.

Voor Femma is het hoog tijd dat we opnieuw kiezen voor meer tijd in plaats van groei, productie en consumptie. Femma stelt de 30-urige werkweek voor als nieuwe norm voor voltijds werk.

Graeber’s bullshitjobs

We werken niet minder omdat een bevolking met veel vrije tijd ontwrichtend kan werken. Werken disciplineert de mens, en de heersende machten hebben niets liever dan gedisciplineerde mensen die overdag werken en ’s avonds voor de buis zitten. David Graeber, professor Antropologie aan de London School of Economics, wijst erop dat in de sfeer van de politiek en de moraal een antwoord ligt op de vraag waarom Keynes’ voorspelling niet uitkomt. Graeber stelt dat Keynes gelijk had en dat alles wat we nodig hebben wel degelijk in ongeveer vijftien uren per week gemaakt wordt. We zouden een aanzienlijk minder aantal uren kunnen werken zonder dat de productie eronder lijdt. Veel van ons werk is zinloos, meent Graeber, en heeft met de reële economie van goederen en diensten zo goed als niets te maken. Graeber labelt dit werk als ‘bullshit jobs’. Ze zijn volgens Graeber vooral te vinden in de sectoren van het management, de administratie, marketing en communicatie. En voor die bullshit jobs gelden de wetten van het kapitalisme – efficiëntie en winst – niet. Voor productiewerk gelden die wetten wel. Nogal wat bedrijven reduceren de kosten voor productiewerk en deinzen niet terug voor massaontslagen als dat de efficiënte kan verhogen. Maar zij die een bullshit job hebben, ontsnappen nogal eens aan deze maatregelen. En het is de politiek en de moraal die ervoor zorgen dat we zinloos werk blijven doen.

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Combinatie betaalde en onbetaalde arbeid onder de loep

Paragrafen: 

Onevenwicht tussen mannen en vrouwen

Zowel mannen als vrouwen ervaren het als een uitdaging om de beschikbare tijd te verdelen over de job, de huishoudelijke taken, de zorg voor de kinderen, de relatie met de partner, het sociale leven en vrijetijdsbesteding. Tijdsbestedingsonderzoek toont echter aan dat mannen en vrouwen de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid elk op een andere manier  beleven en invullen. Mannen spenderen gemiddeld zes uur meer van hun tijd aan betaalde arbeid dan vrouwen. Mannelijke werknemers spenderen gemiddeld 38,6 uur per week aan betaalde arbeid en vrouwelijke gemiddeld 32,4 uur. (14) Terwijl vrouwen gemiddeld per week 9,5 uur meer spenderen aan huishoudelijke taken en kinderzorg dan mannen. Bovendien hebben mannen ongeveer zes uur meer vrije tijd per week dan vrouwen. Bij vrouwen is die vrije tijd ook van mindere kwaliteit omdat hij ‘besmet’ is door een voortdurende onderbreking voor  andere taken. Vrouwen dragen duidelijk een ‘dubbele verantwoordelijkheid’.

Tijdsbesteding  per  week  van  de  Belgische  bevolking  vanaf  12  jaar  naar  geslacht: aantal uren dat  men gemiddeld per week spendeert.(15)

  Betaald werk Huishoudelijk werk Kinderzorg en opvoeding Vrije tijd
Mannen 18u 11min 13u 35min 1u 42min 31u 31min
Vrouwen 11u 34min 21u 38min 3u 12min

25u 13 min

Plaatsen we die cijfers in een historisch perspectief, dan zien we duidelijk dat de betrokkenheid van mannen bij het huishouden en de opvoeding van de kinderen sinds de jaren ‘60 is toegenomen. Maar niet in die mate dat er sprake is van een trendbreuk. Van een gedeelde verantwoordelijkheid is nog geen sprake. Het aantal uren dat mannen gemiddeld besteden aan huishoudelijk werk is verdubbeld tussen 1966 en 2013, terwijl kinderzorg en opvoeding slechts een beetje toegenomen zijn.(16)

Aantal uren dat  Belgische mannen (vanaf 12 jaar) gemiddeld spenderen aan huishoudelijk werk en kinderzorg en opvoeding per week.

  1966 2005 2013
Huishoudelijk werk 6u 29min 13u 56min 13u 35min
Kinderzorg en opvoeding 52min 1u 3min 1u 42min

Bron:  Gender en tijdsbesteing + Belgisch tijdsbestedingsonderzoek 2013

Die evolutie weerspiegelt zich ook in de opname van zorgverloven (ouderschapsverlof, vaderschapsverlof …). Mannen hebben een inhaalbeweging gemaakt, maar opnieuw is die onvoldoende.

Ouderschapsverlof:

  • In 1998 was slechts 4,8% van het ouderschapsverlof voor rekening van mannen.
  • In 2018 namen mannen 31% van het ouderschapsverlof voor hun rekening.(17

Vaderschapsverlof:
Vooral bij jonge vaders is de bereidheid om zorgverlof op te nemen groter. Meer dan 80% van de kersverse vaders neemt zijn vaderschapsverlof op. Dit verlof werd twaalf jaar geleden, op 1 juli 2002, uitgebreid tot tien dagen:

  • In 2002 namen 17 045 papa’s vaderschapsverlof.(18)
  • In 2017 jaar namen 55 314 papa’s vaderschapsverlof.

Opvallend is dat mannen en vrouwen niet alleen verschillen in het aantal taken dat ze opnemen, maar ook in het type taak. Tuinieren, de auto wassen en klussen zijn typisch taken die mannen opnemen, terwijl afwassen, schoonmaken, wassen en strijken op de schouders van de vrouwen terechtkomen. Boodschappen doen en administratieve taken verdelen ze dan weer min of meer gelijk.

Mannen kiezen vooral taken die flexibel in te plannen zijn, bijvoorbeeld in het weekend of na de werkuren. Vrouwen voeren de routineuze taken uit die op geregelde tijdstippen moeten gebeuren. Onderzoek toont ook aan dat in 80% van de gevallen de taken die hoofdzakelijk door vrouwen worden uitgevoerd uit plichtsbesef of uit noodzaak worden uitgevoerd. Een overwegend door mannen uitgevoerde taak, zoals tuinieren, gebeurt in 60% van de gevallen voor het plezier.

De zorgkloof tussen mannen en vrouwen laat zich voelen op de arbeidsmarkt:

  • In het derde kwartaal van 2018 bedraagt de werkzaamheidsgraad van vrouwen tussen 20 en 64 jaar 66,3% ten opzichte van 73,8% bij de mannen.(19)
  • 44,5% van de loontrekkende vrouwen werkt deeltijds tegenover 11,4% van de mannelijke loontrekkenden.(20) 41,2% van de vrouwelijke werkenden werkt deeltijds ten opzichte van 10,2% van de mannelijke werkenden.(21)
  • De loonkloof op jaarbasis tussen mannen en vrouwen bedraagt 20%.
  • Vrouwen maken moeilijker promotie dan mannen (glazen plafond en sticky floors). (22)

 

Gevolgen combinatieconflict

De combinatie van betaalde arbeid en onbetaalde arbeid hoeft op zich niet problematisch te zijn. Het gaat namelijk over het op elkaar kunnen afstemmen van rollen die tot verschillende levenssferen, de werksfeer en de privésfeer, behoren. De mogelijkheid om verschillende rollen te kunnen opnemen, bijvoorbeeld de rol van ouder en de rol van werknemer, kan een positief effect hebben op het welzijn en het zelfbeeld van mensen.
Maar doordat je de energie en tijd die je in de ene rol investeert niet meer kan investeren in de andere rol, kan er een combinatieconflict optreden. Dat conflict kan in twee richtingen werken: werk-privé of privé-werk. Bij een werk-privéconflict is er sprake van problemen in de privésfeer omwille van het werk. Doordat je overuren moet kloppen op het werk kan je de theatervoorstelling van je zoon niet bijwonen. Een gezin-werkconflict duidt dan weer op problemen op het werk omwille van je privéleven. Je hebt bijvoorbeeld concentratieproblemen op het werk omdat je tobt over de zorgmogelijkheden voor je zieke moeder.
De laatste decennia zijn beide varianten van het combinatieconflict in het Westen toegenomen, in eerste instantie voor vrouwen, maar ook voor mannen(23). Vrouwen ervaren meer combinatieconflicten dan mannen, en een werk-gezinsconflict is voor hen de meest gerapporteerde vorm.(24)

Van de vrouwen zijn in het bijzonder de alleenstaande moeders de meest kwetsbare groep. Onderzoek toont aan dat alleenstaande ouders een hoger risico op combinatiestress lopen. Voltijds werkende alleenstaande ouders lopen het hoogste risico, gevolgd door deeltijds werkende alleenstaande ouders en gehuwde vrouwen met kinderen.(25) Werkende alleenstaande vrouwen ervaren het genderonevenwicht en de negatief versterkende factoren dus nog meer uitgesproken dan werkende vrouwen die met een partner samenwonen. In tweeverdienersgezinnen is de partner een bron van steun en fungeert deze als buffer voor een combinatieconflict.

Doordat vrouwen meer combinatiedruk hebben dan mannen, ervaren ze ook meer de negatieve gevolgen ervan dan mannen.(26) Combinatieconflicten leiden tot een afname van werktevredenheid en tevredenheid met het gezinsleven(27), regelmatiger ziekteverzuim(28), angst(29), depressie(30), stress(31), meer alcohol- en sigarettenmisbruik(32), en een slechtere fysieke conditie en vermoeidheid.
Werkloosheid gaat ook, voor mannen en vrouwen, gepaard met een verminderd psychologisch welzijn(33). Wanneer mensen slechts één significante rol kennen, kan dit tot emotionele problemen leiden. We zijn duidelijk gebaat bij verschillende rollen, maar dan moeten die wel goed op elkaar afgestemd zijn.
Willen we de combinatiedruk aanpakken, dan is het belangrijk dat we weten welke factoren een invloed hebben en welke strategieën mensen hanteren om ermee om te gaan.

Oorzaken combinatieconflict

Werkgerelateerde factoren 

Verschillende aspecten van het werk oefenen een invloed uit op het werk-gezinsconflict(34). Factoren die het conflict vergroten zijn: het aantal uren dat je werkt, de overuren die je klopt, rolambiguïteit, de intellectuele en fysieke inspanning die het werk vraagt, snelle veranderingen, weinig ondersteuning krijgen, onregelmatige en rigide uurroosters, steeds bereikbaar moeten zijn, diverse communicatieproblemen, enz.
Door de specifieke situatie waarin eenoudergezinnen zich bevinden, hebben de factoren ‘lage controle over werkuren’ en een ‘hoog aantal werkuren’ een groter negatief effect op hen dan op tweeoudergezinnen.(35)  Meer werken leidt tot meer conflict: voltijds werkende alleenstaande moeders ervaren significant meer werk-gezin spillover (43%) dan deeltijds werkende moeders (28%). Ook werken onder toenemende tijdsdruk, veel deadlines en lange pendeltijden beïnvloeden het arbeid-gezinsevenwicht en de levenskwaliteit negatief. Nederlands onderzoek wees uit dat alleenstaande ouders die werken in organisaties waar de werktijden afgestemd zijn op de schooltijden, beduidend minder arbeid-gezinsconflict ervaren.

Andere factoren verminderen het combinatieconflict: arbeidsautonomie, flexibiliteit, variëteit en uitdaging in het werk, het uitvoeren van dankbaar, zinvol en verrijkend werk en het ervaren van sociale steun.

Familiegerelateerde factoren 

Gezinsvariabelen die een invloed uitoefenen op het werk-gezinsconflict zijn: de burgerlijke staat(36), het al dan niet betaald gaan werken van de partner, het aantal kinderen in het huishouden, de leeftijd van het jongste kind, het aantal uren huishoudelijk werk, de steun van de partner en de hulp in het huishouden. Deze gezinskenmerken leggen een veel grotere druk op vrouwen dan op mannen.
De ervaring van het werk-gezinsconflict en de tevredenheid worden ook beïnvloed door interne factoren, zoals de persoonlijke attitudes met betrekking tot de maatschappelijke positie van mannen en vrouwen. Wie handelt in lijn met zijn of haar opvattingen ervaart minder rolconflicten en is meer tevreden. Zo voelen vrouwen die werken omdat ze vinden dat dit beter is voor een vrouw, zich beter in hun situatie dan vrouwen die alleen werken uit financiële noodzaak.
Verschillende onderzoeken tonen aan dat de ervaring van combinatiedruk meer beïnvloed wordt door de werk- dan door de thuissituatie.(37)

Strategieën om de combinatie haalbaar te maken

Om de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid haalbaar te houden, hanteren mensen tal van strategieën(38). Ruwweg zijn er twee soorten:  gezins- en arbeidsstrategieën.

Gezinsstrategieën  

Met deze strategieën proberen mensen de gezinsrollen (opvoeding en huishoudelijke taken) te verlichten door te beknibbelen op hun onbetaalde arbeid  en/of externe hulp in te schakelen.

  • Externe hulp:
    1. Kinderopvang ( formele of informele kinderopvang).
    2. Huishoudelijke ondersteuning via formele diensten (bijv. via dienstencheques)of via informele hulp.
  • Hiërarchiseren van tijd en taken door:
    1. Eventueel minder tijd te besteden aan de opvoeding of aan het huishouden.
    2. Beschikbare tijd en energie heel erg te focussen op de job en de zorgtaken. Vrije tijd, sociale contacten en rust worden tot een minimum herleid.

Arbeidsstrategieën  

Met arbeidsstrategieën beogen mensen de tijd en energie die zij aan betaalde arbeid spenderen, te wijzigen.

  • Flexibilisering van de arbeidstijd: flexibele werkuren, glijdende of aangepaste uurroosters. Mensen werken een ploegensysteem naar keuze uit of ze passen werkurenaan kinderopvangmogelijkheden of schooluren aan.
  • Temporiseren van het carrièrepad en terugdringen van taakbelasting. Mensen zetten hun carriere ‘on hold’ .
  • Inkrimping van de arbeidstijd:
    1. Door tijdskrediet of ouderschapsverlof op te nemen.
    2. Door deeltijds te gaan werken.

Deeltijds werken

Vooral deeltijds werken is voor heel wat vrouwen een strategie om de moeilijke combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid te verlichten. In 2017 werkte 44,5% van de vrouwen deeltijds ten opzichte van 11,4% van de mannen(39).

Deeltijdse arbeid verschilt sterk naar huishoudtype. Kijken we naar de drukke leeftijd (25-49 jaar) dan zien we dat alleenstaande vrouwen het minst in een deeltijdse functie werken (16,8%). Van de samenwonende vrouwen zonder kinderen werkt 24,7% deeltijds. Vrouwen met partner en één kind zorgen al voor een sterke stijging (39,1%). Met tweekinderen is dat 47,2% en met drieof meer kinderen 56,2%. Van de alleenstaande ouders werkt 39,7% deeltijds.

Aandeel deeltijdarbeid bij werkende vrouwen (25-49 jaar), naar gezinssamenstelling, in % (Vlaanderen)

    2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008
Vrouwen alleenstaand 16,8 15,9 19,4 19,6 22,9 19,4 17,9 17,0
  samenwonend met partner zonder kinderen 24,7 22,2 25,5 27,4 30,1 33,3 25,5 26,5
  samenwonend met partner en 1 kind 39,1 42,4 39,6 42,7 45,5 42,7 44,2 44,7
  samenwonend met partner en 2 kinderen 47,2 49,0 50,1 51,7 52,7 52,0 53,5 54,6
  samenwonen met partner en 3 of meer kinderen 56,2 54,7 55,8 58,0 56,8 56,1 55,9 57,1
  alleenstaande ouder 39,7 38,6 44,1 42,8 43,2 42,1 44,6 45,9
  eindtotaal 38,3 38,5 39,9 41,2 42,0 40,5 40,4 41,0

Bron:  FOD Economie - Algemene Directie Statistiek EAK, Eurostat LFS (bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE)

Ongeveer 50% van de deeltijds werkende vrouwen geeft de combinatie met zorgtaken of andere persoonlijke en familiale verplichtingen aan als reden om deeltijds te werken, tegenover 28% van de deeltijds werkende mannen.

Motivatie van de loontrekkenden om deeltijds te werken volgens geslacht (2017)

  Mannen Vrouwen Totaal
(Brug)pensioen 5,3% 1,2% 2,1%
Vindt geen voltijds werk 12,7% 6,4% 7,8%
Overgeschakeld van voltijds naar deeltijds omwille van bedrijfsecnomische redenen 1,8% 0,6% 0,9%
Een andere (deeltijdse) betrekking vult de hoofdactiviteit aan 5,5% 2,9% 3,5%
Combinatie met studies 8,4% 3,1% 4,2%
Gezondheidsredenen (arbeidsongeschiktheid) 7,1% 6,1% 6,3%
Beroepsredenen (werksfeer of - omstandigheden, stress, pesterijen, ...) 1,0% 0,7% 0,8%
Zorg voor kinderen of afhankelijke personen 6,2% 24,6% 20,6%
Andere persoonlijke of familiale redenen 21,8% 25,3% 24,6%
Wenst geen voltijdse betrekking 7,3% 8,2% 8,0%
De gewenste job wordt enkel deeltijds aangeboden 16,2% 16,7% 16,6%
Andere redenen 6,7% 4,1% 4,7%
Totaal 100,0% 100,0% 100,0%

In 2017 werd de Enquête naar de Arbeidskrachten grondig hervormd. Zo wordt vanaf 2017 met een roterend panel gewerkt, worden verschillende dataverzamelingsmodi gebruikt en werd de weegmethode herzien. Dit zorgt voor een breuk in de resultaten, waardoor de cijfers volgens de oude methode niet meer vergelijkbaar zijn met deze volgens de nieuwe methode.

Nochtans leidt deeltijds werken niet altijd tot een betere combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid. In de European Working Conditions Survey (EWCS, 2010)(40) geeft 18,2% van de deeltijdwerkers aan dat hun werkuren niet zo goed of helemaal niet goed te combineren zijn met hun sociale en familiale verplichtingen buiten het werk; bij de niet-deeltijdwerkers is dat 15,1%. Deeltijdwerkers kunnen volgens de EWCS tijdens de werkuren echter wél gemakkelijker één of twee uur vrij krijgen om persoonlijke of familiezaken af te handelen dan voltijdwerkers. Er zijn ook minder deeltijd- dan voltijdwerkers die aangeven op zijn minst één keer per week in hun vrije tijd te werken.

Subjectieve tijdsdruk

Deeltijds werk is dus nauwelijks een oplossing voor de moeilijke combinatie tussen werk en gezin en levert geen beter evenwicht op.

Onderzoek van de VUB in opdracht van het Instituut voor de gelijkheid van Vrouwen en Mannen  vond zelfs dat deeltijds werkende vrouwen meer tijdsdruk ervaren dan voltijds werkende vrouwen, wanneer hun man voltijds werkt en er jonge kinderen zijn. Het gevoel van stress bij de mannen gaat omlaag. Als je dan toch deeltijds werkt, is er tijd voor het hele huishouden, het strijkwerk, de kinderen, het koken, de kuis, zo klinkt  het. ‘Wanneer de vrouw bewust die keuze maakt, geeft het de man in het gezin een hele legitieme reden om te zeggen: dan blijf ik gewoon mijn traditionele rol vervullen en dan neem jij het huishoudelijke werk er maar bij’, aldus Teun Van Tienoven van de VUB. Deeltijds werken zorgt ervoor dat de oude rollenpatronen worden bevestigd. Het geeft mannen als het ware een legitieme reden om het huishoudelijke werk op hun partner af te schuiven. Deeltijds werk is dus nauwelijks een oplossing voor de moeilijke combinatie tussen werk en gezin en levert geen beter evenwicht op.

Deeltijds werk heeft ook voor mannen negatieve effecten(41). Volgens een analyse van Attentia zijn zij de groep bedienden die op de minste opslag kunnen rekenen. Minder nog dan vrouwen in een deeltijdse baan. Als een man deeltijds werkt, om bijvoorbeeld voor de kinderen te zorgen, dan voldoet hij niet aan de norm die de maatschappij hem oplegt en wordt hij gezien als iemand die niet meer  geïnteresseerd  is in zijn carrière .

Hoewel deeltijds werken voor velen een populaire strategie is om werk en gezin te combineren, is een deeltijdse job vandaag de dag niet ideaal. Wie deeltijds werkt, verdient minder, bouwt minder pensioen op, krijgt minder opleidingskansen, maakt minder kans op carrière, ervaart minder autonomie, minder controle en een lagere arbeidskwaliteit dan wie voltijds werkt.(42)

Call to action: 

Arbeidstijd in België

Nieuwsgierig naar de effectieve arbeisduur in ons land?

Kinderopvang

Maak van kinderopvang een kwaliteitsvolle basisvoorziening

Ouderschapsverlof

Vergoed ouderschapsverlof beter en koppel er een genderbonus aan

Verloven medische bijstand en palliatief verlof

Vergoed de verloven voor medische bijstand en palliatief verlof beter

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Drie maatschappelijke evoluties aan de basis

Intro: 

Het feit dat de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid vandaag zo sterk onder druk staat, komt deels door de overgang van het kostwinnersmodel naar het tweeverdienersmodel en deels door het toenemend aantal eenoudergezinnen.

Paragrafen: 

Van kostwinnersmodel naar tweeverdienersmodel

In het kostwinnersmodel waren de taken duidelijk verdeeld. De man ging uit werken en de vrouw bleef thuis om de huishoudelijke en zorgtaken op zich te nemen. In België was het kostwinnersmodel op zijn hoogtepunt in de jaren ’50 en ’60.

De toegenomen scholingsgraad van vrouwen, een verhoogde vraag naar vrouwelijke arbeidsdeelname ter versterking van de economie en de tweede feministische golf maakten dat vrouwen steeds actiever werden op de arbeidsmarkt.(8)

Evolutie werkzaamheidsgraad(9) vrouwen in Vlaanderen

De werkzaamheidsgraad meet het aandeel werkenden in de bevolking op beroepsactieve leeftijd.

Jaartal Werkzaamheidgraad vrouwen in de leeftijd 15-64 jaar
(Vlaams Gewest)
1983 40%
1998 50%
2017 63,1%

 

De transitie van het kostwinnersmodel naar het tweeverdienersmodel zet de traditionele takenverdeling onder druk.

Sindsdien zien we een geleidelijke stijging van de werkzaamheidscijfers. Elke nieuwe generatie jonge vrouwen is actiever op de arbeidsmarkt dan de vorige. Bij de jonge generaties is de seksekloof inzake werkzaamheid het kleinst. En dat is een goede zaak. Mannen en vrouwen verdienen beiden evenveel toegang tot de arbeidsmarkt. Het is belangrijk voor hun financiële zelfstandigheid, hun ontplooiingskansen. Maar ook voor de maatschappij. Zo sluiten we geen potentieel talent uit, louter op basis van geslacht.

Maar de transitie van het kostwinnersmodel naar het tweeverdienersmodel zet de traditionele takenverdeling onder druk. Er is niet iemand meer die zich voltijds met het huishouden en de zorgtaken bezighoudt en iemand die zich volledig op het werk kan concentreren. Dat maakt het voor gezinnen moelijker om het dagelijks leven te organiseren.

Kijken we puur naar de arbeidstijd, dan is daar ook een evolutie gebeurd. Vandaag de dag werken we op individueel niveau meestal minder uren betaald dan in de jaren ’50. Op gezinsniveau gaat dit niet op. Het tweeverdienersmodel maakt dat we op gezinsniveau net meer uren besteden aan betaalde arbeid dan ten tijde van het kostwinnersmodel. De norm ligt vandaag op 38u x 2 = 76 uur. Begrijpelijk dat mensen het dan lastig vinden om een goed evenwicht te vinden tussen werk en privé.

Stijgend aantal éénoudergezinnen

Ongeveer 60% van de gezinnen in Vlaanderen bestaat uit tweeverdienersgezinnen. Bij twee op de drie van die gezinnen is de man de belangrijkste kostwinner. Bij slechts 15% van de tweeverdienersgezinnen heeft de vrouw het hoogste inkomen.(10)

Samen met de stijgende  arbeidsmarktdeelname van vrouwen kent Vlaanderen ook een stijgend aantal eenoudergezinnen. Van alle Vlaamse gezinnen met kinderen is één op de 5 een eenoudergezin (221 872 gezinnen).(11)  

  • In ruim acht op de tien eenoudergezinnen staat een moeder aan het hoofd van het gezin.(12)
  • Bijna zeven op de tien van de alleenstaande moeders op beroepsactieve leeftijd (15-64) bevindt zich in de categorie 25-49 jaar.
  • Van alle alleenstaande vaders op beroepsactieve leeftijd zit slechts de helft in die groep.
  • Bijna zes op de tien alleenstaande moeders staan hoofdzakelijk alleen in voor de opvoeding van de kinderen (hoofdverblijf of exclusief verblijf).

Voor eenoudergezinnen is de combinatie van betaalde arbeid en onbetaalde arbeid extra moeilijk. Ze kunnen de taken logischerwijs al niet verdelen over twee personen. Maar ze kunnen ook moeilijker gebruik maken van gezinsondersteunende voorzieningen zoals kinderopvang, buitenschoolse opvang en ouderschapsverloven.(13)

Wie niet mee kan in die ratrace wordt al snel met de vinger gewezen.

Er gelden hogere eisen

Filosofen en sociologen wijzen ook op processen zoals detraditionalisering, secularisering, versnelling en individualisering als oorzaak voor de toenemende tijdsdruk die mensen ervaren.

Waar vroeger ons leven en onze tijdsbesteding grotendeels bepaald werden door tradities, religie en ideologie, is de mens nu veel vrijer om zelf betekenis aan de wereld en zijn/haar eigen leven te geven. Dit zorgt ervoor dat mensen in meer levenssferen betrokken zijn. Terzelfdertijd liggen de eisen in de verschillende levenssferen steeds hoger. Zowel op het werk, thuis als in de vrije tijd is de druk verhoogd.

Efficiëntie is het toverwoord. Efficiëntie leidt tot meer (tijds)winst, maar zorgt er ook voor dat we de gewonnen tijd nog meer gaan invullen. Door secularisatie is de mens zich bewust van de eindigheid van het leven en willen we op de tijd die ons hier rest, er zoveel mogelijk uithalen. Vandaag de dag wordt dit in onze samenleving vertaald naar zoveel mogelijk doen, zoveel mogelijk consumeren.

Dat is niet zomaar iets waar je als individu tegen ingaat. Wil je meetellen in de samenleving, dan dien je te voldoen aan de geldende normen en waarden.

De neoliberale mantra stelt dat we allemaal voortdurend aan de beste versie van onszelf werken. Op het werk, maar ook in onze vrije tijd. Wie niet mee kan in die ratrace wordt al snel met de vinger gewezen.

Call to action: 

Verloven om job en kinderen te combineren

Welke verloven bestaan er en welke voorstellen hebben wij om ze te verbeteren?

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Gezinnen trekken aan de alarmbel

Intro: 

Niet werken vandaag, dat betekent als huisvrouw aan de slag: boodschappen, de was, schoonmaken, afspraken maken. De dag is om.

Eat-work-sleep-repeat

Drukke ‘vlieg’dag … Amper tijd om te ademen, van de ene opdracht/activiteit/klus naar de andere …

’s Avonds val ik vol creatieve plannen uitgeput in slaap op de zetel. Om 20 uur!

Paragrafen: 

Dit zijn enkele van de sprekende quotes die vrouwen neerpenden in hun dagboekje, dat ze op vraag van Femma gedurende drie maanden bijhielden. Daarin beschreven ze hun dagdagelijkse beslommeringen, maar ook hun verlangens en verzuchtingen. De tijdsdruk spatte van de pagina’s. ‘Meer tijd voor zichzelf en geliefden’, was een constante wens .

Een zelfde conclusie trokken we uit een online bevraging bij meer dan 2700 vrouwen. Heel wat gezinnen kreunen onder de moeilijke combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid. 62% van onze respondenten is van oordeel dat een fulltime job moeilijk te combineren is met het gezinsleven. 22% van de voltijds werkende vrouwen geeft ook aan effectief ontevreden tot heel ontevreden te zijn over de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid. 25,5% rapporteert noch tevreden/noch ontevreden te zijn. Slechts de helft (51,5%) van de respondenten zegt uitgesproken tevreden te zijn over de combinatie. 
Deze resultaten zijn in lijn met die van andere bevragingen. Een enquête van de VRT rapporteerde dat één  op de vierwerknemers en één op de drie zelfstandigen de combinatie van werk en privé ‘problematisch ’ noemt. Zo’n 10%   van de Vlamingen spreekt zelfs van een ‘acuut probleem’. 34% geeft toe dat het gezinsleven lijdt onder de druk van het werk en ongeveer 32% van de Vlamingen voelt zich daarover schuldig tegenover hun partner of kinderen.

Lange tijd werd de combinatie van werk en gezin gezien als een vrouwenthema. Maar ook voor steeds meer mannen vormt het een prangend probleem. Mannen willen vaak meer tijd doorbrengen met hun gezin, maar kunnen niet altijd op evenveel begrip rekenen van hun omgeving. Ze worden verondersteld hard te werken en thuis de kostwinner te zijn. Voldoen ze niet aan dat stereotiepe beeld, dan worden ze er scheef voor bekeken. Dat maakt dat mannen vaker dan vrouwen aangeven dat ze activiteiten van het gezin moeten missen door tijd die ze aan het werk besteden.(3)

‘Ik vond snel een nieuwe job, opnieuw in de IT. Toen ik daar anderhalf jaar werkte, vroeg ik om vier vijfde te mogen werken. Dat aanvaardde men, maar nadien evalueerde de werkgever of ik dat privé wel nodig had. Dat vond ik vreemd. Ik solliciteerde intern om in een ander team te komen, wat door mijn chef geweigerd werd. Ik vroeg vier weken ouderschapsverlof aan, wat dezelfde man ook weigerde. Ik heb mijn conclusies getrokken en ben vertrokken.’  Roel, 35

 

Ondanks de vele getuigenissen en enquêtes die het tegendeel bewijzen, beweren sommigen dat het helemaal niet zo problematisch is en dat de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid slechts een probleem is voor een minderheid van de gezinnen. Bovendien stellen ze dat België, ook internationaal, het heel goed doet. Ter ondersteuning van deze beweringen goochelen ze met cijfers en onderzoeksrapporten, in een poging om het probleem te minimaliseren:

‘Better life index’
De ‘Better Life index’ van de OESO  stelt dat Belgen een zeer goede ‘work life balance’ hebben. Een conclusie die slechts gestoeld is op twee weinig ambitieuze indicatoren: ‘de tijd voor ontspanning en persoonlijke zorg bij voltijdse werknemers’ en ‘werknemers die lange uren (+50 per week) werken’. Wie stelt Tevens negeren diegenen die stellen dat er weinig combinatieproblemen zijn, negeert bovendien   de ongelijkheden tussen bijvoorbeeld mannen en vrouwen door alleen op gemiddelden te focussen.

Vlaamse werkbaarheidsmonitor
Eenzelfde gebrek aan diepte-analyse is te vinden bij de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor.  Zo laat de werkbaarheidsmonitor niet toe om de werk-privébalans van bijvoorbeeld vrouwen die twee jonge kinderen hebben en een partner die voltijds werkt, te beoordelen. Tevens zijn personen die geen betaald werk verrichten omwille van de moeilijke combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid niet opgenomen in de steekproef. Ook personen die in de vier weken voorafgaand aan de bevraging geen betaald werk verrichtten, zijn uitgesloten uit de steekproef. Het gaat bijvoorbeeld om werknemers die omwille van bevallingsrust, maar ook ziekte, loopbaanonderbreking, ouderschapsverlof of tijdskrediet, gedurende de afgelopen maand niet hebben gewerkt.

 

Deze signalen van vrouwen en mannen worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Verschillende onderzoeken erkennen dat de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid meer onder druk komt te staan.(4) Interessant is het Tijdsbestedingsonderzoek van de VUB, onder leiding van Ignace Glorieux.(5) De tijdsdrukervaring van Vlamingen is gestegen tussen 1999 en 2013. Vooral ouders met jonge kinderen (jonger dan 7 jaar) geven aan veel tijdsdruk te ervaren. De leeftijdscategorie 25 tot 54 jaar, die vaak verschillende ambities combineert (een carrière uitbouwen, een gezin starten, een huis inrichten of verbouwen, etc.), ervaart niet alleen de meeste tijdsdruk in vergelijking met de andere leeftijdscategorieën, maar zij is ook de enige groep waarvan de subjectieve tijdsdruk toeneemt tussen 2004 en 2013.

Tenslotte is niet alleen het perspectief van de ouders maar ook dat van kinderen belangrijk. Onderzoek van het onderzoekscentrum Kind & Samenleving (6) geeft aan dat betaalde arbeid van ouders vreet aan de gezinstijd en de vrije tijd die ze samen met de kinderen doorbrengen. Kinderen zien hun ouders pas laat, thuis zijn de ouders nog met hun werk bezig en na de werkuren wordt de ouder opgeslorpt door huishoudelijk werk (7). Als de ouder vaak afwezig is, laat thuiskomt, maaltijden mist of na de werkuren nog veel met het werk bezig is, dan ervaren kinderen dit als een gemis. Ook de Vlaamse Kinderrechtencommissaris erkent dat de stem en het perspectief van kinderen en jongeren een volwaardige plek moeten krijgen in discussies over maatschappelijke thema’s zoals de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid: ‘Tot op vandaag klinkt enkel het standpunt van de volwassene, de werkgever of de werknemer. Toch hebben de arbeidsomstandigheden van de ouders een grote impact op het leven van kinderen.’

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Community

Ga je graag in gesprek over dit rapport?  Wissel je graag interessant leesvoer over deze thema's uit? 
Van harte welkom in onze Facebookgroep!

Alles begin bij kiezen. It's the choice stupid!

Intro: 

We eindigen met politiek filosoof Rutger Claassen:

Paragrafen: 
‘Zijn stringentere eisen aan reclame-uitingen, hogere BTW op producten die schadelijk zijn voor gezondheid of milieu, het invoeren van een vierdaagse werkweek en het zwaarder belasten van topinkomens beperkend voor de individuele keuzevrijheid? Niet meer of minder dan hoge prijzen voor het openbaar vervoer, lage belasting op kerosine en gebrekkig geregelde en gefinancierde kinderopvang. Mijn stelling is dus dat dit de ‘way to go’ is. Een project over echte welvaart moet concrete regels, maatregelen, initiatieven en organisatievormen voorstellen die de welvaartsnadelen opheffen die in een eerdere fase op grond van een alternatief welvaartsconcept geïdentificeerd zijn.’

Echte Welvaart! Maar wat is echte welvaart?, Rutger Claassen in Waterstof, augustus 2005, www.rutgerclaassen.nl

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Combinatie betaalde en onbetaalde arbeid onder druk

Paragrafen: 

Gezinnen trekken aan de alarmbel.  Deze signalen van vrouwen en mannen worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.
Lees meer

Het feit dat de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid vandaag zo sterk onder druk staat, komt deels door de overgang van het kostwinnersmodel naar het tweeverdienersmodel en deels door het toenemend aantal eenoudergezinnen. We zien 3 maatschappelijke evoluties aan de basisLees meer

De combinatie betaalde en onbetaalde arbeid onder de loep:  een onevenwicht tussen vrouwen en mannen, de gevolgen en oorzaken van het combinatieconflict en strategieën om de combinatie haalbaar te maken.  Lees meer

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.