Mantelzorg

We ijveren voor een betere combinatie van mantelzorg en betaald werk door o.a. een goed sociaal statuut voor de mantelzorger, flexibeler opnamemmogelijkheden van zorgverloven voor mantelzorg, een uitbreiding van de respijtzorg en de verhoging van de uitkeringen voor zorgverloven.

De 30-urenwerkweek voor betere informele zorg

Intro: 

De jongste jaren sloop een nieuw concept het welzijnsbeleid in: ‘vermaatschappelijking van de zorg’. Zorg die midden in de samenleving staat. Vermaatschappelijking betekent  een ‘verschuiving binnen de zorg waarbij ernaar gestreefd wordt om mensen met beperkingen, chronisch zieken, kwetsbare ouderen, jongeren met gedrags- en emotionele problemen, mensen die in armoede leven… met al hun mogelijkheden en kwetsbaarheden een zinvolle plek in de samenleving te laten innemen, hen daarbij te ondersteunen en de zorg zoveel mogelijk geïntegreerd in de samenleving te laten verlopen. Begrippen die hierbij spelen zijn onder meer desinstitutionalisering, community care, empowerment, kracht- en contextgericht werken, vraagsturing en respijtzorg’.

Paragrafen: 

Een vijfsferenmodel vertaalt dit concept concreet. Het vertrekt van:

  • de persoon zelf (1);
  • het gezin (2);
  • de informele contacten met familie, collega’s, buren, kennissen en vrijwilligers (3);
  • algemene zorg- en dienstverlening (4);
  • gespecialiseerde zorg- en dienstverlening (5).

Het uitbouwen van de zorg binnen de eerste drie sferen wordt beschouwd als ‘vermaatschappelijking van de zorg’. De twee buitenste cirkels worden aangeboord wanneer ondersteuning vanuit het gezin of het sociale netwerk ontbreekt, de gebruikelijke zorg vanuit het sociale netwerk ontoereikend is of de zorgnoden de mogelijkheden en draagkracht van het sociale netwerk overschrijden.
Burgers moeten dus in de eerste plaats voor zichzelf zorgen en bij problemen een beroep doen op hun familie en buurt. Pas wanneer de informele zorg niet voldoet, kunnen ze professionele hulp inschakelen.

In 2018 zorgde 56% van de Vlamingen ouder dan 18 jaar voor een ziek, gehandicapt of bejaard familielid, kennis of buur. 32% doet dit intensief: meer dan één keer per maand. Intensieve zorg gebeurt vaker door vrouwen (37%) en door 60-plussers (38%). Informele zorg komt evenwel steeds meer onder druk te staan. Omdat gezinnen kleiner worden, meer vrouwen hoogopgeleid zijn en buitenshuis werken, en steeds meer ouderen gescheiden en/of apart leven. Maar ook omdat de overheid een beleid voert dat mensen meer en langer wil doen werken. ‘De hoge verwachtingen omtrent de vermaatschappelijking van de zorg moeten goed afgestemd worden op belangrijke sociologische ontwikkelingen’, schrijven de onderzoekers van ‘Duurzame mantelzorg in Vlaanderen’. Ze wijzen op het spanningsveld tussen de zorgvraag, die zwaarder en langdurig wordt, en de bereidheid en de mogelijkheid om langdurige informele zorg te verlenen.

De mantelzorger en betaald werk

In een krachtig mantelzorgbeleid hoort een kwaliteitsvolle combinatie van mantelzorg met betaald werk een belangrijke strategie te zijn. Voor mantelzorgers is het belangrijk dat ze kunnen blijven werken. Betaald werk naast mantelzorgarbeid verlenen, is een belangrijke overlevingsstrategie.
Het gaat overbelasting tegen omdat werken buiten de deur sociaal isolement voorkomt, en het heeft een therapeutisch effect (ontlading). Daarnaast maakt het de mantelzorgers minder financieel kwetsbaar.

De meest gebruikte strategie om mantelzorg te kunnen combineren met betaald werk, is het snoeien in de eigen vrije tijd: goed 40% van de werkende mantelzorgers neemt vakantiedagen op om te zorgen. Deeltijds werken (14%) en afspraken met de werkgever (12%) staan op plaats twee en drie. Daarnaast zijn er verschillende verlofvormen (palliatief verlof, ouderschapsverlof, ziekteverlof, onbetaald verlof, tijdskrediet, verlof voor medische bijstand): elk op zich worden ze door minder dan 10% van de mantelzorgers gebruikt, samen maakt 24% van de werkende mantelzorgers gebruikt van minstens één van deze verlofvormen.

Het onderzoek ‘Duurzame mantelzorg in Vlaanderen’ (66) zoomt in op de strategie ‘het structureel aanpassen van de werktijd’.  Een strategie die verstrekkende  gevolgen heeft voor de financiële situatie van de mantelzorger en diens gezin op korte (minder inkomen) èn op lange termijn (minder pensioen). De onderzoekers gingen de strategie ‘niet of minder werken’ na bij twee groepen mantelzorgers: zij die geen betaald werk hebben en zij die wel betaald werk hebben.

Van de groep  die geen betaald werk heeft, geeft 22% aan dat dit komt omdat ze hulp willen bieden. Meer vrouwen (24%) dan mannen (17%) hanteren deze strategie.  Wanneer kinderen deel uitmaken van het huishouden geven mantelzorgers vaker aan (31%) niet over betaald werk te beschikken dan wanneer er geen kinderen zijn (18%). En naarmate mantelzorgers intensiever hulp bieden, geven ze vaker aan geen betaald werk te hebben. 

Van de groep die wel betaald werk heeft, geeft 21% aan niet of minder uren dan gewenst te werken om te kunnen mantelzorgen. Ook hier hanteren meer vrouwen (23%) dan mannen (16%) deze strategie. Het werkregime en het hebben van kinderen thuis hangen samen met het niet of minder werken van mantelzorgers. Mantelzorgers die voltijds werken geven minder vaak aan dat ze niet of minder werken om te kunnen zorgen, terwijl deeltijds werkende mantelzorgers dit het vaakst aangeven.  En naarmate de mantelzorg intensiever wordt, maken meer mantelzorgers gebruik van de mogelijkheid om niet of minder te werken. Mantelzorgers met betaald werk die ervoor opteren om niet of minder te werken omwille van mantelzorg, werken gemiddeld 12,6 uren per week minder.

Ruim de helft van de werkende mantelzorgers ervaart de combinatie als zwaar tot zeer zwaar. De onderzoekers vinden hierbij  dat het toepassen van de verschillende mogelijkheden op het werk om tijd te vinden voor mantelzorg samenhangt met het zwaarder aanvoelen van de combinatie werk en mantelzorg. Zijn die combinatiestrategieën dan niet effectief? Allicht werkt het in twee richtingen, zeggen de onderzoekers. Aannemelijk is dat werkende mantelzorgers die een grotere belasting ervaren, vaker combinatiemogelijkheden toepassen om met die belasting om te gaan. Maar het toepassen van deze strategieën kan ook bijdragen aan het gevoel dat de combinatie werk en mantelzorg zwaar uitvalt, bijvoorbeeld omdat je inkomen mindert, sociale steun wegvalt en je eigen vrijheid wordt ingeperkt.

Het overgrote deel van de mantelzorgers (87%) zorgt al meer dan drie jaar voor de hulpbehoevende, bijna drie op tien (29%) zelfs al twaalf jaar of meer. De gemiddelde zorgduur bedraagt 10,9 jaar(66). De zorgverloven dekken de zorgnood met andere woorden niet. Ook hier biedt de kortere werkweek soelaas. Ze biedt meer tijdssoevereiniteit, komt beter tegemoet aan de mantelzorgduur en vrijwaart je inkomen.

Vermaatschappelijking van de zorg en betaald werk

Vanuit het perspectief ‘vermaatschappelijking van de zorg’ valt er eveneens wat te zeggen voor een kortere werkweek. De Nederlandse socioloog Rudi Wielers wijst erop dat er veel reden is om aan te nemen dat mensen bij een geringere arbeidsbelasting meer voor elkaar zullen zorgen. ‘Het welzijnsverhogend effect van de combinatie van betaald werk en zorg is een belangrijke reden dat nu reeds veel mensen voor die combinatie kiezen. Het verklaart waarom veel moeders en ook vaders, oma's en opa's een kortere werkweek hebben. Het is waarschijnlijk dat meer mensen bereid zijn om informele zorg te verlenen mits de voorwaarden om goede zorg te verlenen aanwezig zijn. Econometrische modellen van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten een sterke stijging van mantelzorg zien bij een scenario waarin mannen en vrouwen in grote deeltijdbanen werken. Vooral de bijdrage van mannen zou daardoor toenemen.’

Wielers vindt het belangrijk dat de combinatie van zorg en betaald werk via een kortere werkweek wordt gewaardeerd.  Het is de voorwaarde om de informele zorg te vergemakkelijken. ‘Als de waarde van de combinatie is erkend, kan worden gewerkt aan condities die informele zorgverlening in families en buurten vergemakkelijken. Buurten en wijken zouden zo moeten worden ingericht dat verschillende generaties naast elkaar kunnen wonen, zodat zorgverlening tussen de generaties kan plaatsvinden, zowel van grootouders (voor hun kleinkinderen) als van kinderen (voor hun ouders). Informele zorg zou niet beperkt hoeven en moeten blijven tot familierelaties, maar ook uitgangspunt kunnen zijn voor de vergroting van de leefbaarheid van buurten. Faciliteiten op buurtniveau, waarin ouders, grootouders en kinderen als vrijwilligers participeren, zullen bij een kortere arbeidsduur een groter sociaal draagvlak kunnen krijgen.’

Call to action: 

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Creëer een flexibel mantelzorgverlof

Intro: 

We bepleitten al de kortere werkweek als een belangrijke strategie in een kwaliteitsvolle combinatie van informele zorg met betaald werk. Daarnaast is het ook belangrijk om een kwaliteitsvol mantelzorgverlof te ontwikkelen.

De verlofsystemen die de overheid biedt om werk en mantelzorg te combineren, voldoen niet: ‘Ze betekenen een terugval in het gezinsinkomen van de mantelzorger, wat het beperkt gebruik ervan kan verklaren.  Ze matchen evenmin met de reële duur van langdurige zorgsituaties.’

Tags: 
Paragrafen: 

De huidige verloven

De verloven die je vandaag kan gebruiken voor mantelzorg vallen uiteen in twee categorieën:

  • tijdskrediet en
  • thematisch zorgverlof

Tijdskrediet kan je opnemen voor de volgende motieven:

  • 1. zorg voor een kind tot 8 jaar
  • 2. palliatieve zorg
  • 3. medische bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2e graad
  • 4. het volgen van een erkende opleiding
  • 5. zorgen voor uw gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar
  • 6. zorg aan een zwaar ziek minderjarig kind in het gezin

Wil je mantelzorg geven dan kan je dus tijdskrediet nemen. Let wel: de motieven zijn niet cumuleerbaar!

Het tijdskrediet is wel cumuleerbaar met de drie thematische verloven: ouderschapsverlof, verlof voor bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid en palliatief verlof.

De duur van de verloven

Tijdskrediet

In totaal kan je 51 maanden tijdskrediet opnemen voor de zorgmotieven, voor het motief opleiding (motief 4) is dit beperkt tot 36 maanden. Of je het krediet vol, half of 1/5e opneemt, maakt geen verschil uit voor de duur. 51 maanden voltijds betekent dus NIET 102 maanden halftijds! En, zoals hierboven al vermeld, kan je de motieven niet cumuleren. Wil je bijvoorbeeld een opleiding van 36 maanden volgen, dan heb je nog 15 maanden over voor de andere motieven.

Thematische verloven

In totaal kan je het verlof voor medische bijstand 12 maanden voltijds opnemen of 24 maanden in een halftijdse of 1/5e – formule, en dit per zwaar zieke patiënt (De patiënt is familie tot de tweede graad of aanverwant in de eerste graad). De 1/5e - formule is alleen voorbehouden voor voltijds werkenden en voor de halftijdse formule moet je minstens driekwart van een voltijdse baan werken.

Ben je een alleenstaande ouder dan kan je het verlof 24 maanden voltijds opnemen.

Een palliatief verlof kan je opnemen voor één  maand, en dit per patiënt. Dit verlof kan je twee keer met een maand verlengen. Het maakt voor de duur van het verlof niets uit of je het verlof nu voltijds, halftijdse of in een 1/5e - formule neemt.

Het ouderschapsverlof  bespraken we in het vorige hoofdstuk al. Het is geen specifiek mantelzorgverlof maar kan hier uiteraard wel voor gebruikt worden.

De uitkeringen

  Vanaf juni 2017 (in euro)
Voltijds tijdskrediet  
Werknemer met <5 jaar anciënniteit bij werkgever

500,45 euro bruto
449,76 euro netto

Werknemer met >5 jaar anciënniteit bij werkgever 583,87 euro bruto
524,73 euro netto (-12%)
Halftijds tijdskrediet  
Werknemer -50jr met <5 jaar anciënniteit en samenwonend 250,22 euro bruto
175,16 euro netto
Werknemer -50jr met <5 jaar anciënniteit en alleenwonend 250,22 euro bruto
207,31 euro netto
Werknemer -50jr met >5 jaar anciënniteit en samenwonend 291,93 euro bruto
204,36 euro netto
Werknemer -50jr met >5 jaar anciënniteit en alleenwonend 291,93 euro bruto
241,87 euro netto
Werknemer +50jr met <5 jaar anciënniteit en samenwonend 250,22 euro bruto
162,65 euro netto
Werknemer +50jr met <5 jaar anciënniteit en alleenwonend 250,22 euro bruto
207,31 euro netto
Werknemer +50jr met >5 jaar anciënniteit en samenwonend 291,93 euro bruto
189,76 euro netto
Werknemer +50jr met >5 jaar anciënniteit en alleenwonend 291,93 euro bruto
241,87 euro netto
Tijdskrediet 1/5  
Samenwonend 164,78 euro bruto
107,11 euro netto
Alleenwonend 212,65 euro bruto
176,19 euro netto
Thematische verloven - volledige onderbreking  
Werknemer - geen alleenstaande ouder 818,56 euro bruto
735,56 euro netto
Werknemer - alleenstaande ouder 1129,61 euro bruto
1105,19 euro netto
Thematische verloven - halftijdse onderbreking  
Werknemer < 50 - geen alleenstaande ouder 409,27 euro bruto
339,09 euro netto
Werknemer < 50 - alleenstaande ouder 564,80 euro bruto
467,94 euro netto
Werknemer > 50 551,76 euro bruto
457,14 euro netto
Thematische verloven - onderbreking 1/5  
Werknemer < 50 - geen alleenstaande ouder 138,84 euro bruto
115,03 euro netto
Werknemer < 50 - alleenstaande ouder 186,71 euro bruto
154,69 euro netto
Werknemer > 50 208,27 euro bruto
172,56 euro netto

De voorwaarden

Tijdskrediet

Om een tijdskrediet op te nemen, moet je twee jaar in dienst zijn bij je werkgever.
Tijdskrediet is ook alleen maar een recht in ondernemingen met meer dan 10 werknemers.
Je kan alleen vol- of halftijds tijdskrediet voor de eerste vier motieven  opnemen als er een collectieve arbeidsovereenkomst is die hierin voorziet.

Thematische verloven

Voor de opname van het verlof voor medische bijstand is een attest van de behandelende arts vereist en het verlof kan ook alleen worden opgenomen ‘bovenop de eventuele professionele bijstand die de patiënt geniet’.
Wil je een palliatief verlof opnemen, dan is er alleen een attest van de behandelende arts nodig.
Anciënniteitsvoorwaarden bij je werkgever zijn er niet voor beide verloven. Die is er wel voor het ouderschapsverlof (zie hierboven).

Het gebruik

De cijfers (zie tabel hieronder) tonen aan dat het tijdskrediet amper gebruikt wordt als mantelzorgverlof. De thematische verloven worden meer ingezet, allicht omwille van de hogere netto-uitkering en de minder strikte voorwaarden.
De deeltijdse formule is de meest genomen formule:

2017 Voltijds Deeltijds
Tijdskrediet palliatieve zorg 1 1
Tijdskrediet medische bijstand familie- of gezinslid 313 1.686
Tijdskrediet zorg voor zwaar ziek minderjarig kind 33 152
Tijdskrediet zorg voor een gehandicapt kind onder 21 jaar 44 288
Thematisch verlof voor medische bijstand 1.967 6.872 halftijds
en 8.999 1/5
Thematisch verlof voor palliatieve zorg 236 73 halftijds
en 28 1/5

Femmakritiek

  • Vanuit zorgperspectief bekeken, zijn de verloven die je kan opnemen voor mantelzorg niet genereus: noch in tijd, noch in uitkering. Dit zorgt ervoor dat mantelzorgers van mensen die langdurige zorg nodig hebben, op een bepaald moment voor de keuze staan om hun arbeidscontract te wijzigen of zelfs op te zeggen wanneer de zorgverlofformules zijn opgebruikt.
  • Bij het tijdskrediet worden de motieven voor mantelzorg bovendien vermengd met andere motieven: voor gewone zorg (opvoeden van een kind tot 8 jaar) en voor opleiding. Het is niet fair dat mensen die mantelzorgverlof nodig hebben, verlof voor gewone zorg of voor opleiding moeten laten vallen;
  • De verloven zijn absoluut niet gendergelijk in opname. Veel meer vrouwen dan mannen nemen zorg op.Dit heeft te maken met de stereotiepe opvatting dat zorg meer iets voor vrouwen is maar ook met het ‘design’ van de verloven: de lage vergoeding die ervoor zorgt dat diegene die het minst verdient, de zorg opneemt. En dat isvaak nog de vrouw.
  • Vanuit arbeidsmarktperspectief bekeken, zijn ze evenmin interessant. Hoe langer afwezig van de arbeidsmarkt, hoe moeilijker het is om ernaar terug te keren. Deze verloven kunnen zorgen voor een wel erg lange afwezigheid van de arbeidsmarkt en zijn dus niet transitiebestendig.
  • De verloven zijn ingewikkeld wat betreft voorwaarden en motieven.

Femmavoorstel

Een mantelzorgverlof voor naasten als individueel niet overdraagbaar recht voor 1  jaar aan dezelfde vergoeding als het ouderschapsverlof (82% van het brutoloon met een ondergrens en een plafond) en flexibel op te nemen (in maanden, weken, dagen of zelfs uren).

Voor mantelzorgers is het belangrijk dat ze kunnen blijven werken. Betaald werk naast mantelzorgarbeid verlenen is een belangrijke overlevingsstrategie.

Het gaat overbelasting tegen omdat werken buiten de deur sociaal isolement voorkomt, en het heeft een therapeutisch effect (ontlading).

  • De norm van het nieuwe voltijds biedt alvast betere mogelijkheden om te mantelzorgen. Daarnaast begint voor werkende mantelzorgers ook alles bij de erkenning van en het begrip voor mantelzorg op de werkvloer. Zonder dat vertrouwen krijgen werkende mantelzorgers het gevoel dat ze hun loyaliteit moeten bewijzen en moeten tonen dat ze er de kantjes niet aflopen. Zonder vertrouwen dreigt overbelasting en uitval. (99)
  • In hun combinatie hebben werkende mantelzorgers behoefte aan structurele oplossingen zoals flexibiliteit van werktijden en werkplek. Voor sectoren en functies waar thuiswerken niet of minder mogelijk is, kan zelfroosteren helpen: samen met de collega’s een werkrooster in elkaar zetten dat is afgestemd op de verschillende behoeftes in het team.
  • Een overheid die mantelzorg ernstig neemt, moet ook een degelijk mantelzorgverlof aanbieden om voor hulpbehoevende of zieke naasten te zorgen, voor naasten die palliatief zijn of voor een kind met een beperking. Het begrip ‘naaste’ mag niet beperkt worden tot familie; we moeten ook kunnen zorgen voor goede vrienden of buren. Een mantelzorgverlof biedt tijdelijk lucht. En dat is voor een gestresseerde mantelzorger erg belangrijk. Tegelijkertijd zijn mantelzorgers met een mantelzorgverlof niet geholpen op de lange termijn. Mantelzorg duurt vaak jaren: gemiddeld voor een ouder of schoonouder ongeveer 5 jaar. Het zorgen voor een partner of kind duurt vaak nog veel langer. Een mantelzorgverlof schiet dan tekort. (99) Vanuit genderperspectief en transitiebestendigheid zijn zorgverloven die jaren duren niet aan te bevelen. Vrouwen zullen ze meer dan mannen en ook langer opnemen, en hoe langer van de arbeidsmarkt, hoe moeilijker de terugkeer.

Voor mantelzorgers die hun beroepsactiviteit terugschroeven of stopzetten, bepleit Femma het behouden van al hun rechten voor de sociale zekerheid. Dit wil zeggen dat periodes van (verminderde) werkonderbreking meetellen als werkende jaren voor de berekening van het pensioen. Wie ontslag heeft moeten nemen of deeltijds gaat werken, behoudt alle rechten bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Een krachtig mantelzorgbeleid vereist ook het optrekken van de uitkeringen voor werkloosheid, ziekte en invaliditeit, en pensioen tot  boven de Europese armoedegrens (60% van het mediaan inkomen van de bevolking).

 

Lees ook de andere voorstellen om tot een evenwichtig en kwaliteitsvol combinatiemodel te komen

Bronnen

  • Het economisch welzijn en de economische waarde van Vlaamse mantelzorgers, SVR-verkenning, 2017/3
  • Sporen naar duurzame mantelzorg, departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, juni 2016
Call to action: 

Ons voorstel voor de toekomstige regering

Vergoed de verloven voor medische bijstand en palliatief verlof beter

Schaar je achter ons onderzoek en doe een gift

Met jouw bijdrage steun jij belangrijk onderzoek over de effecten van minder werken op mensen en hun naasten. De resultaten van het onderzoek gaan we begin 2020 delen met politici en het grote publiek.

Lokaal initiatief
Datum: 
donderdag 28 mrt 2019 - 19:30 tot 22:00
Adres: 
't Werkhuys, Zegelstraat 13, Borgerhout

Hoe krijg jij het allemaal gecombineerd? Een job, zorg voor anderen, zorg voor jezelf, vrijwilligerswerk en toch graag ook nog wat vrijetijdsbesteding...
We zoomen in op je eigen combinatieverhaal en delen ervaringen met elkaar.
Samen bekijken we of en hoe het anders kan.